Uitspraak
Eerste Kamer
Nr. 14.764
EB
wonende te [woonplaats 1] ,
EISER tot cassatie,
wonende te [woonplaats 2] ,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Bij vonnis van 13 maart 1991 heeft de Rechtbank het bestreden vonnis, voor zover in reconventie gewezen, bekrachtigd.
Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
De Kantonrechter en de Rechtbank hebben deze vordering toegewezen. Hiertegen richt zich het middel.
Ter ondersteuning van dit standpunt doet de toelichting op dit onderdeel een beroep op rechtspraak van de Hoge Raad, in het bijzonder HR 24 juni 1960, NJ 1960, 495. Deze rechtspraak verdient echter heroverweging.
16 oktober 1992.