Uitspraak
Uitspraak van 12 oktober 2016
[X] B.V., gevestigd te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Rotterdam, de Inspecteur,
Naheffingsaanslagen, beschikkingen, bezwaar en geding in eerste aanleg
Loop van het geding in hoger beroep
Vaststaande feiten
- RV1 (verkeer en techniek bedrijfswagens) schriftelijk examen van 50 vragen, waarvan er 40 goed moeten worden beantwoord;
- V2C (administratie goederenvervoer) schriftelijk examen van 50 vragen, waarvan er 40 goed moeten worden beantwoord.
- V3C (administratie rituitvoering – cases) schriftelijk examen van 45 vragen, waarvan er 35 goed moeten worden beantwoord.
- Toets besloten terrein, praktijktoets manoeuvreren bij de rijschool onder auspiciën van het CCV.
- Praktische toets, praktijktoets laden/lossen/laadklep met 5 scenario’s zoals techniek, criminaliteitspreventie, schadeformulieren, veiligheid etc.
- Nederlands
- Engels
- Duits of Frans
- Leren, Loopbaan en burgerschap
- Rekenvaardigheid
- Praktijktaken op het gebeid van lading lossen en laden, alsmede ritvoorbereiding en rituitvoering.
- De praktijkbeoordeling van de praktijkopleider voor de onderdelen Beroepshouding & Communicatie en Rituitvoering Binnenland.
- Praktijkexamen Voertuig & Lading (wiel wisselen, lading zekeren, cabine kantelen en onderdelen benoemen, aan- en afkoppelen aanhangwagen of oplegger, sneeuwkettingen leggen)."
- Module Schadepreventie;
- Module Veiligheidscertificaat Vorkheftruck;
- Module Behavior Based Safety;
- Module Veilig rijden met (tank) oplegger.
Omschrijving geschil in hoger beroep en standpunten van partijen
Conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
Proceskosten
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze betrekking heeft op de naheffingsaanslag en de beschikking heffingsrente voor het tijdvak 2010,
- verklaart het beroep gericht tegen de naheffingsaanslag en de beschikking heffingsrente voor het tijdvak 2010 ongegrond,
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige, en
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 744.