AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevoegdheid Inspecteur bij toetsing afdrachtvermindering onderwijs bij mbo-opleiding met diploma-uitreiking
Belanghebbende had afdrachtvermindering onderwijs geclaimd voor 30 werknemers die een mbo-opleiding Chauffeur goederenvervoer volgden en aan 28 van hen was een landelijk erkend diploma uitgereikt. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen en boetes op omdat hij meende dat niet aannemelijk was gemaakt dat de beroepspraktijkvorming was gevolgd.
De Rechtbank oordeelde dat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat de opleiding inclusief beroepspraktijkvorming was gevolgd en dat aan de voorwaarden voor de afdrachtvermindering was voldaan. Het Hof vernietigde dit oordeel en vond dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de beroepspraktijkvorming daadwerkelijk was gevolgd, mede omdat slechts één praktijkopleider was aangesteld en de door de Verkeersschool verzorgde modules niet tot de basisberoepsopleiding behoorden.
In cassatie staat centraal of de Inspecteur bevoegd is om inhoudelijk te toetsen aan de voorwaarden van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) of slechts mag controleren of diploma's zijn uitgereikt. De Hoge Raad volgt de conclusie van de Advocaat-Generaal dat de Inspecteur in beginsel alleen mag toetsen of diploma's zijn uitgereikt, en dat het toezicht op de inhoudelijke kwaliteit en beroepspraktijkvorming is toevertrouwd aan de Onderwijsinspectie. Nu vaststaat dat de werknemers de gehele opleiding hebben afgerond en diploma's zijn uitgereikt, moet worden aangenomen dat de beroepspraktijkvorming is gevolgd en is voldaan aan de voorwaarden voor de afdrachtvermindering. Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard; de Inspecteur mag bij afdrachtvermindering onderwijs alleen toetsen of diploma's zijn uitgereikt.
Voetnoten
2.Blijkens overweging 20 van de uitspraak van de Rechtbank was de aanslag over het jaar 2011 niet langer in geschil.
3.Kennelijk bij abuis spreekt de tekst van het dictum van “ongegrond”.
5.Voetnoot A-G: samenhangende zaak met nummer 16/05616.
6.Ingevoerd bij Wet van 15 december 1995, houdende vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen,
7.Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 31 oktober 2013, nr. WJZ/560472 (10352), houdende regels voor subsidieverstrekking ter stimulering van praktijkleren en het verrichten van onderzoek (Subsidieregeling praktijkleren),
8.Voetnoot A-G: ingevolge artikel 1, onderdeel e, Wet op het onderwijstoezicht is onderwijs “bij of krachtens een onderwijswet geregeld onderwijs”. De WEB is in artikel 1, onderdeel d, gedefinieerd als onderwijswet.
12.Besluit van de staatssecretaris van Financiën van 20 december 2000, nr. CPP2000/2944M (vragen en antwoorden over afdrachtverminderingen).
14.Brief minister van OCW 3 november 2014, nr. 684111. De Kamervragen zijn mede namens de staatssecretaris van Financiën beantwoord.
17.Belastingdienst,
18.Rijksoverheid, ‘Vragen en antwoorden over middelbaar beroepsonderwijs’,
19.Dienst Uitvoering Onderwijs, ‘Crebo opleidingen’,
22.P.H. Eenhoorn en M.L. Kawka,
23.Bijlage 1 bij:
25.Van een in artikel 7.2.2, lid 1, onderdelen a t/m e WEB bedoelde beroepsopleiding.
26.Zie onderdeel 4.5.
27.De 60%-eis wordt in het tweede lid gesteld. Zie onderdeel 4.6.
28.Zie onderdelen 4.20 en 4.21.
29.Artikel 6.4.1, eerste lid, jo. 1.1.1, onderdeel a, WEB.
30.Vgl. Uitlatingen van de minister van OCW (zie onderdelen 4.15 t/m 4.17) en de staatssecretaris van Financiën (zie onderdeel 4.18).
31.Zie onderdeel 4.10.
32.Artikelen 6.1.4, 6.1.5 en 6.1.5b WEB.
33.Vgl. Uitlatingen van de minister van OCW (onderdeel 4.15).
34.Zie onderdeel 4.22.
35.Brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 10 februari 2014, met kenmerk DGB/2014/888 U, naar aanleiding van een WOB-verzoek inzake landelijke controle-actie WVA onderwijs. Als bijlage bij de brief zijn onder meer gevoegd het genoemde convenant en een document genoemd “toelichting indienen verzoek om bijstand onderwijsinspectie”.
36.Zie de onderdelen 3.1-3.7.
37.Zie feitenvaststelling Hof (geciteerd in onderdeel 2.1).
38.Mij is onduidelijk of ter zake van alle dertig werknemers afdrachtvermindering onderwijs is toegepast of slechts voor de 28 medewerkers aan wie een diploma is uitgereikt. Aangezien partijen hierover niet in discussie zijn getreden, ga ik er vanuit dat de gehele naheffingsaanslag moet worden vernietigd.