ECLI:NL:GHDHA:2016:3436
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- P.B. Kamminga
- J.A. van Kempen
- A.H.N. Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake wilsonbekwaamheid erflater bij schenkingen en betalingen
In deze zaak staat centraal of erflater, overleden in 2009, vanaf 2006 wilsonbekwaam was bij het doen van schenkingen en het verrichten van betalingen en pinpasopnamen. Eiseres stelde dat erflater vanwege zijn geestesgesteldheid niet in staat was zijn wil te bepalen vanaf 2006 en al eerder, waardoor de schenkingen en betalingen als onttrekkingen bij de nalatenschapsverdeling betrokken moesten worden.
Het hof heeft het getuigenverhoor van de echtgenoot van eiseres en diverse medische stukken beoordeeld, waaronder brieven van de huisarts, specialisten en een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Hoewel de getuige een beeld schetste van vergeetachtigheid en gezondheidsproblemen van erflater, kon dit niet worden gelijkgesteld aan wilsonbekwaamheid. De medische stukken boden geen overtuigend bewijs dat erflater niet in staat was zijn wil te bepalen tijdens de relevante periode.
Daarnaast was op 13 december 2006 een notariële volmacht gepasseerd waarbij erflater twee gevolmachtigden benoemde, zonder dat de notaris reden zag om te twijfelen aan zijn wilsbekwaamheid. De brief van een familielid werd door het hof als emotioneel gekleurd en onvoldoende onderbouwd beoordeeld.
Het hof concludeert dat eiseres niet heeft bewezen dat erflater wilsonbekwaam was bij de schenkingen en betalingen in geschil. Daardoor is er geen grond voor het betrekken van deze handelingen bij de nalatenschapsverdeling en bestaat er geen verplichting voor de gevolmachtigden om rekening en verantwoording af te leggen. De vorderingen van eiseres worden afgewezen en het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De vorderingen van eiseres worden afgewezen en het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.