ECLI:NL:GHDHA:2016:3496
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling wijze van verdeling nalatenschap met aanpassing concept-verdelingsakte
Partijen zijn vier kinderen van een overleden erflaatster. Er ontstond een geschil over de door de notaris opgemaakte concept-verdelingsakte van de nalatenschap. [Zoon een] kwam in hoger beroep tegen eerdere vonnissen die zijn vorderingen grotendeels afwezen. Het hof gaat uit van de feiten zoals vastgesteld door de rechtbank en behandelt diverse grieven van partijen.
Het hof oordeelt onder meer dat de studiebetalingen aan [zoon een] als schenking moeten worden ingebracht, dat een bedrag van € 20.000,- dat als lening werd aangeduid feitelijk een schenking betrof, en dat een bedrag van € 1.400,- terecht als geldlening aan [zoon een] is toegerekend. De waarde van de Volkswagen Lupo wordt vastgesteld op € 3.000,- en de Pandora armband op € 800,-. Daarnaast wordt een bedrag van € 2.060,- dat door [de dochter] uit de nalatenschap is opgenomen, op haar erfdeel in mindering gebracht.
Het hof wijst de vorderingen tot aanvullende verklaringen af en oordeelt dat [de dochter] als gevolmachtigde in beginsel rekening en verantwoording moet afleggen, maar dat [zoon een] geen belang meer heeft bij zijn vorderingen daartoe. Proceskosten worden gecompenseerd. Het hof gelast de aangepaste wijze van verdeling en veroordeelt [zoon een] tot medewerking zonder dwangsom.
De bestreden vonnissen worden vernietigd voor zover zij de wijze van verdeling betreffen en het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelt een aangepaste wijze van verdeling van de nalatenschap vast en veroordeelt [zoon een] tot medewerking zonder dwangsom.