ECLI:NL:GHDHA:2016:3751
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot contact- en gebiedsverbod na echtscheiding en huiselijk geweld
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de voorzieningenrechter die haar verzoek tot een contact- en gebiedsverbod tegen haar ex-man heeft afgewezen. Partijen zijn gescheiden en hebben drie minderjarige kinderen. De man is eerder veroordeeld voor poging tot doodslag op de vrouw en heeft een straf uitgezeten.
De vrouw stelde dat de man zich recentelijk dreigend had uitgelaten en dat de veiligheid van haar en de kinderen niet anders kon worden gewaarborgd dan door het opleggen van de verboden. De man ontkende bedreigingen en gaf aan het vertrouwen te willen herstellen. Het hof nam de feiten van de voorzieningenrechter over, die oordeelde dat er onvoldoende aanleiding was voor de gevorderde verboden.
Het hof stelde vast dat de vrouw geen nadere onderbouwing had geleverd en dat sinds 2013 geen contact was gezocht door de man met de vrouw of kinderen, behalve via de jeugdbeschermer. De voorzieningenrechter had terecht geoordeeld dat ingrijpende maatregelen alleen kunnen worden opgelegd als de persoonlijke vrijheid van de vrouw anders niet kan worden beschermd.
Daarom werd het bestreden vonnis bekrachtigd en het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het hof heeft het verzoek tot contact- en gebiedsverbod afgewezen en het bestreden vonnis bekrachtigd.