ECLI:NL:GHDHA:2016:3754
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- C.M. Warnaar
- E.A. Mink
- A.H.N. Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Toepassing van Haags erfrechtverdrag en verbeurdverklaring aandeel wegens verzwegen nalatenschapsbestanddelen
In deze civiele zaak staat de vraag centraal welk recht van toepassing is op de erfopvolging van een in Portugal overleden erflater met Nederlandse nationaliteit en verblijfplaats. Het hof bevestigt dat het Portugese erfrecht geldt op de vererving, omdat de gewone verblijfplaats van de erflater gedurende meer dan vijf jaar Portugal was en er geen uitzonderlijke nauwere band met Nederland bestaat.
De kinderen van de erflater voeren aan dat de echtgenote opzettelijk bepaalde vermogensbestanddelen, zoals de waarde van de woning en bankrekeningen, heeft verzwegen, waardoor zij haar aandeel in deze nalatenschap heeft verbeurd op grond van artikel 3:194 BW Pro. Het hof onderzoekt deze stellingen en oordeelt dat de verkoopprijs van de woning als uitgangspunt geldt, waarbij een correctie van € 100.000 wordt toegevoegd wegens onvoldoende onderbouwing van kosten. Verder wordt vastgesteld dat de echtgenote haar aandeel in een bankrekening heeft verbeurd vanwege het verzwegen saldo.
De echtgenote betwist dat er een rechtskeuze voor Nederlands recht is gemaakt in het testament en dat de omstandigheden een nauwere band met Nederland rechtvaardigen. Het hof volgt het rapport van het Internationaal Juridisch Instituut en concludeert dat het testament geen rechtsgeldige keuze voor Nederlands recht bevat. De afwikkeling van de nalatenschap valt onder Nederlands recht, maar de erfopvolging zelf onder Portugees recht.
Uiteindelijk vernietigt het hof het bestreden vonnis voor zover het de veroordeling tot betaling betreft, verklaart de verbeurdverklaring van het aandeel van de echtgenote in bepaalde bankrekeningen, veroordeelt haar tot betaling van € 48.035,34 plus wettelijke rente aan de kinderen en compenseert de proceskosten in hoger beroep, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de echtgenote tot betaling van € 48.035,34 plus wettelijke rente aan de kinderen wegens verbeurdverklaring van haar aandeel in bepaalde nalatenschapsbestanddelen.