Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[gedaagde 1] [plaats 1] ,
[gedaagd 2]te [plaats 2] , in hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van mevrouw [de vrouw] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 16 juli 2019 met producties;
- de conclusie van antwoord;
- het tussenvonnis van 28 april 2021 waarin partijen een keuze hebben kunnen maken over de wijze van afhandeling van de procedure;
- de rolbeslissing van 12 mei 2021 waarin de rechtbank heeft bepaald dat een fysieke behandeling van de zaak zal plaatsvinden;
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 16 november 2021 en de daarin genoemde stukken.