ECLI:NL:GHDHA:2016:3835
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over onrechtmatige extrapolatie afdrachtvermindering onderwijs en vergrijpboetes
Belanghebbende, een particuliere beveiligingsorganisatie, had over de jaren 2009 tot en met 2013 afdrachtvermindering onderwijs geclaimd. Na een boekenonderzoek in 2012 stelde de Inspecteur een foutpercentage van 15% vast voor dat jaar en paste dit percentage extrapolerend toe op de jaren 2009, 2010, 2011 en 2013. Belanghebbende betwistte deze extrapolatie en de opgelegde vergrijpboetes.
De rechtbank oordeelde dat extrapolatie alleen is toegestaan indien er voldoende grond is om aan te nemen dat de feitelijke situatie in de andere jaren gelijk is aan het onderzochte jaar. De Inspecteur had onvoldoende feitelijke gegevens aangevoerd om dit aannemelijk te maken. Bovendien was de loonadministratie over de jaren 2009, 2010, 2011 en 2013 beschikbaar voor controle, maar had de Inspecteur geen empirisch onderzoek uitgevoerd. De rechtbank verklaarde daarom het beroep gegrond en vernietigde de naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen voor die jaren.
In hoger beroep bevestigt het Hof deze beoordeling en wijst het subsidiaire standpunt van de Inspecteur af dat een 11%-correctie voor de afdrachtvermindering startkwalificatie extrapoleerbaar zou zijn. Het Hof benadrukt dat de bewijslast voor het aanwezig zijn van de vereiste UWV-verklaringen bij belanghebbende ligt en dat de Inspecteur onvoldoende gegevens heeft aangeleverd om de correctie te onderbouwen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.