ECLI:NL:HR:2017:2608

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 oktober 2017
Publicatiedatum
12 oktober 2017
Zaaknummer
17/00061
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie tegen naheffingsaanslagen loonheffingen 2009-2013

De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 23 november 2016, waarin het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag werd behandeld. Het geschil betrof naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd aan belanghebbende over de jaren 2009 tot en met 2013.

De Hoge Raad oordeelde dat het ingebrachte middel niet tot cassatie kon leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding, vastgesteld op € 990 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Tevens werd een griffierecht van € 501 geheven. Het arrest werd uitgesproken op 13 oktober 2017 door raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën is ongegrond verklaard en deze is veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

13 oktober 2017
nr. 17/00061
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
de Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 23 november 2016, nrs. BK‑16/00267 tot en met BK-16/00270, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 15/7256, SGR 15/7257, SGR 15/7258 en SGR 15/7260) betreffende de aan
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) over de jaren 2009 tot en met 2013 opgelegde naheffingsaanslagen loonheffingen.

1.Geding in cassatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 990 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers‑van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2017.
Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 501.