De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam die vier minderjarigen onder toezicht stelde vanwege haar voorgenomen verhuizing naar Tripoli, Libië. De rechtbank stelde de kinderen onder toezicht van de gecertificeerde instelling vanwege de onveilige situatie in Libië en de impact van de verhuizing op de ontwikkeling van de kinderen.
De moeder betoogde dat de verhuizing geen ernstige bedreiging voor de ontwikkeling van de kinderen vormt en dat de rechtbank haar bevoegdheid heeft overschreden. De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling stelden dat de maatregel noodzakelijk is om de kinderen te beschermen, mede vanwege de loyaliteitsconflicten en onzekerheden over de veiligheid en zorg in Libië.
De bijzondere curator en de vader van de oudste twee kinderen onderschreven het belang van het behoud van contact met de vader in Nederland en rust voor de kinderen. Het hof overwoog dat de verhuizing grote impact heeft, vooral voor de oudste twee kinderen die in Nederland zijn geworteld en daardoor vrijwel zonder hun vader zouden opgroeien.
Het hof concludeerde dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de belangen van de minderjarigen te beschermen tegen de voorgenomen verhuizing. De vermeende inbreuk op internationale verdragsrechten wordt gerechtvaardigd door het belang van de bescherming van de kinderen. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd.