ECLI:NL:GHDHA:2016:4297
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gebieds- en contactverbod met beperking contactverbod familie vrouw
De man is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis dat hem een gebiedsverbod oplegt om zich niet te bevinden in de gemeente waar de vrouw en hun minderjarige kinderen wonen, alsmede een contactverbod jegens de vrouw, de kinderen en haar familie. Het hof bevestigt het gebiedsverbod en het contactverbod jegens vrouw en kinderen, maar beperkt het contactverbod tot vier specifieke familieleden van de vrouw. Tevens wordt de dwangsom verlaagd van € 500 naar € 250 per overtreding met een maximum van € 5.000.
De man betwist de onderbouwing van het gebiedsverbod en contactverbod, stelt dat hij nooit onherroepelijk veroordeeld is voor mishandeling en dat de vrouw onvoldoende bewijs heeft geleverd. De vrouw stelt dat zij en de kinderen jarenlang zijn lastiggevallen door de man, die ondanks eerdere verboden brieven en kaarten bleef sturen, hetgeen angst veroorzaakte bij haar en de kinderen.
Het hof oordeelt dat het gebieds- en contactverbod gerechtvaardigd is vanwege de reële dreiging van toekomstig lastigvallen en de impact van de gedragingen van de man op de persoonlijke levenssfeer van de vrouw en kinderen. Het belang van de vrouw en kinderen om zich vrij te bewegen zonder angst weegt zwaarder dan het belang van de man, die geen noodzaak heeft om in de betreffende gemeente te zijn.
Proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt het gebiedsverbod en contactverbod jegens vrouw en kinderen, beperkt het contactverbod tot vier familieleden en verlaagt de dwangsom.