ECLI:NL:GHDHA:2016:4347

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
21 maart 2016
Publicatiedatum
30 maart 2017
Zaaknummer
22-002780-15
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven

De verdachte is in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 10 juni 2015. Tijdens de procedure heeft de verdachte geen schriftelijke grieven tegen het vonnis ingediend en ook ter terechtzitting geen mondelinge bezwaren geuit.

De advocaat-generaal heeft daarom gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep. Het hof heeft ambtshalve geen redenen gezien om de zaak inhoudelijk te behandelen, mede gelet op artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Daarom heeft het hof op 21 maart 2016 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Mr. H.M.A. de Groot was niet in staat het arrest te ondertekenen. Het arrest is in verstek gewezen.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.

Uitspraak

rolnummer 22-002780-15
parketnummer 09-818372-15
datum uitspraak 21 maart 2016
VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 10 juni 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:

[adres],

geboren te [plaats] op [dag] 1987,
[adres].
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 21 maart 2016 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte heeft niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. N. Schaar,
mr. H.M.A. de Groot en mr. T.B. Trotman, in bijzijn van de griffier mr. G. Schmidt-Fries.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 21 maart 2016.
Mr. H.M.A. de Groot is buiten staat dit arrest te ondertekenen.