ECLI:NL:GHDHA:2016:4388

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
12 oktober 2016
Publicatiedatum
4 juli 2017
Zaaknummer
200.178.509/01 en 200.178.511/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:164 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelbeschikking verdeling huwelijksgoederengemeenschap en levensonderhoud vrouw

In deze zaak ging het om een verzoek tot herstel van een beschikking van het hof van 13 juli 2016, waarin een bedrag van € 113.162,- was opgenomen als benadeling van de huwelijksgoederengemeenschap. De vrouw stelde dat dit bedrag € 121.162,- moest zijn, gebaseerd op een optelling van diverse contante opnames en bedragen ten behoeve van hun kinderen.

Het hof stelde vast dat er sprake was van een kennelijke rekenfout die eenvoudig kon worden hersteld. Partijen kregen de gelegenheid om zich hierover uit te laten. Na reactie van de man besloot het hof het verzoek tot verbetering toe te wijzen.

De beschikking werd herzien waarbij het bedrag van de benadeling werd verhoogd naar € 121.162,-. Tevens werd de verdeling van de aandelen, bankrekeningen, auto en schulden aangepast en de uitkering tot levensonderhoud van de vrouw vastgesteld op € 887,- per maand vanaf 14 augustus 2015. De man werd veroordeeld een deel van het bedrag aan de vrouw te betalen. De overige bepalingen van de eerdere beschikking werden bekrachtigd.

Uitkomst: Het hof herstelt de beschikking en legt een benadeling van € 121.162,- vast die de man aan de gemeenschap moet vergoeden, met aangepaste verdeling van vermogen en levensonderhoud.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Uitspraak : 12 oktober 2016
Zaaknummers : 200.178.509/01 en 200.178.511/01
Rekestnummer rechtbank : FA RK 13-1959 en FA RK 13-7104
Zaaknummer rechtbank : C/09/438908 en C/09/450560
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker, tevens incidenteel verweerder, in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. A.H. Vermeulen te Den Haag,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster, tevens incidenteel verzoekster, in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. G.A.M. Jansen te Zoetermeer.

PROCESVERLOOP EN VASTSTAANDE FEITEN

Op 13 juli 2016 heeft het hof in deze zaak een beschikking gegeven.
De vrouw heeft bij brief van 22 juli 2016 verzocht de beschikking te herstellen de in rechtsoverwegingen 44 tot en met 52 genoemde bedragen als volgt bij elkaar op te tellen:
- geldopnames bij casino’s € 34.000,-
- opname ten behoeve van de minderjarige zoon € 14.000,-
- opname ten behoeve van de meerderjarige zoon € 55.162,-
- contante opnames
€ 18.000,-
€ 121.162,-
en deze uitkomst op te nemen als ‘benadeling van de gemeenschap’ in de beschikking. Het hof heeft in de beschikking van 13 juli 2016 een bedrag van € 113.162,- opgenomen.
Bij brief van 12 augustus 2016 heeft het hof de man in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de hiervoor weergegeven verbetering van de beschikking.
Van de man is op 2 september 2016 een reactie ingekomen. De man refereert zich aan het oordeel van het hof met betrekking tot het wijzigingsverzoek van de vrouw.
.

BEOORDELING

Nu naar het oordeel van het hof sprake is van een kennelijke rekenfout die zich leent voor eenvoudig herstel en partijen gelegenheid is geboden zich daarover uit te laten, zal het hof het verzoek tot verbetering toewijzen en overgaan tot verbetering van de beschikking.

BESLISSING

Het hof:
verbetert de beschikking van 13 juli 2016 in die zin dat rechtsoverweging 52 van de beschikking als volgt komt te luiden:
52. Dit alles brengt mee dat de man de gemeenschap heeft benadeeld voor een bedrag van
€ 121.162,-, welke bedrag hij aan de gemeenschap moet vergoeden.
verbetert de beschikking van 13 juli 2016 in die zin dat het dictum komt te luiden:

“BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:
vernietigt de bestreden beschikking:
  • voor zover daarin de uitkering tot levensonderhoud van de vrouw is bepaald op € 950,- per maand;
  • voor zover daarin de aandelen van de besloten vennootschap [naam] zijn toegedeeld aan de man onder verrekening van de helft van de waarde daarvan aan de vrouw ten bedrage van € 30.561,50;
  • voor zover daarin de bankrekeningen bij [bank] met nummer [rekeningnummer] , nummer [rekeningnummer] en met nummer [rekeningnummer] zijn toegedeeld aan de man onder verrekening van de helft van de daarop aanwezige saldi per de peildatum van 11 maart 2013 met de vrouw en voor zover daarbij is bepaald dat de man aan de vrouw een bedrag van € 51.581,- ter zake van benadeling van de huwelijksgoederengemeenschap moet vergoeden en,
in zoverre opnieuw beschikkende:
bepaalt de uitkering tot levensonderhoud voor de vrouw ten laste van de man met ingang van 14 augustus 2015 op € 887,- per maand, wat de na heden te verschijnen termijnen betreft bij vooruitbetaling te voldoen en verklaart deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad;
deelt toe aan de man de aandelen van de besloten vennootschap [naam] onder verrekening van de helft van de waarde van € 70.996,-, nadat daarop in aftrek is gebracht de belastinglatentie per 1 januari 2013 en waarbij de verkrijgingsprijs van de aandelen buiten de berekening van die fiscale heffing dient te blijven;
deelt toe aan de man de bankrekeningen bij [bank] met nummer [rekeningnummer] , nummer [rekeningnummer] en met nummer [rekeningnummer] onder verrekening van de helft van de daarop aanwezige saldi per de peildatum van 11 maart 2013 met de vrouw. Tevens dient de man uit hoofde van artikel 1:164 BW Pro aan de gemeenschap te vergoeden een bedrag van € 121.162,-, waarvan de helft of € 60.581,- toekomt aan de vrouw;
en voorts in aanvulling op de door de rechtbank vastgestelde verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap:
deelt toe aan de man de auto [merk] met kenteken [kenteken] tegen de waarde van de auto per 14 augustus 2015, onder verrekening van de helft van die waarde met de vrouw;
veroordeelt de man ter zake het bedrag van € 18.000,- in contanten in de kluis een bedrag van
€ 9.000,- aan de vrouw te betalen;
deelt toe aan de vrouw de vordering op mevrouw [naam] , zonder nadere verrekening;
bepaalt dat beide partijen draagplichtig zijn, ieder voor de helft, voor de rekening-courantschuld van de man aan [naam] , welke schuld per overeengekomen peildatum 1 januari 2013
€ 38.715,- bedraagt, zodat ieder daarvan € 19.357,50 dient te dragen;
verklaart deze aanvulling uitvoerbaar bij voorraad;
bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan ’s hofs oordeel onderworpen voor het overige;
wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.”
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.M. Warnaar, A.H.N. Stollenwerck en J. Zwagemaker, bijgestaan door A.W.M. Verheijen-de Kruijter als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 oktober 2016.