ECLI:NL:GHDHA:2016:66
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens te laat betalen
Belanghebbende parkeerde zijn auto op een door de gemeente aangewezen parkeerplaats waar parkeerbelasting verschuldigd is. Na het parkeren ontdekte hij dat hij geen muntgeld bij zich had en liep direct naar een nabijgelegen restaurant om geld te wisselen. Vervolgens kocht hij zo snel mogelijk een parkeerkaartje, dat een tijdstip van 19.50 uur vermeldde.
De parkeercontroleur constateerde om 19.49 uur dat er geen geldig parkeerkaartje aanwezig was en legde een naheffingsaanslag op. De heffingsambtenaar stelde dat de parkeerbelasting onmiddellijk bij het parkeren voldaan moest worden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, verwijzend naar het beleid dat van parkeerders mag worden verwacht dat zij voldoende kleingeld bij zich hebben.
In hoger beroep oordeelt het hof dat het beleid van de parkeercontroleur een redelijke tijd toestaat voor het voldoen van de parkeerbelasting, inclusief enkele minuten om geld te wisselen indien de intentie tot betaling duidelijk is. Het hof hecht geloof aan de verklaring van belanghebbende dat hij direct na het parkeren geld is gaan wisselen en zo spoedig mogelijk een kaartje kocht. De naheffingsaanslag is daarom in strijd met het beleid opgelegd en wordt vernietigd.
Daarnaast veroordeelt het hof de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten en de betaalde griffierechten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd en de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.