ECLI:NL:GHDHA:2016:910
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- R.M. Bouritius
- A.W. Beelaerts van Blokland
- H.J. van Kooten
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van bedreiging met misdrijf tegen het leven
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor bedreiging met brandstichting en/of een misdrijf tegen het leven gericht, gepleegd in december 2013. De politierechter veroordeelde verdachte tot een geldboete van € 200,-, subsidiair vier dagen hechtenis, en legde een schadevergoedingsmaatregel op. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in.
Het hof behandelde het verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Het hof oordeelde dat de behandeling binnen redelijke termijn had plaatsgevonden, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, en verwierp het verweer. Ook het argument dat de langere duur van de procedure de verstrekking van een verklaring omtrent gedrag zou vertragen, leidde niet tot een ander oordeel.
Ten aanzien van de ten laste gelegde bedreigingen oordeelde het hof dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen. De verklaringen van getuigen verschilden en boden geen overtuiging dat verdachte de bedreigingen had geuit. Het hof sprak verdachte vrij van beide tenlasteleggingen. Hierdoor werd de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest vernietigt het vonnis van de politierechter en spreekt verdachte vrij. Er is geen kostenveroordeling opgelegd omdat verdachte geen kosten had gemaakt voor de verdediging tegen de schadevordering.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van bedreiging met misdrijf tegen het leven.