ECLI:NL:GHDHA:2016:981

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
29 maart 2016
Publicatiedatum
12 april 2016
Zaaknummer
200.177.106/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 347 lid 1 RvArt. 4.2 SORArt. 4.4 SOR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnissen in hoger beroep huurrechtelijke second opinion procedure

In deze zaak staat een hoger beroep centraal dat is behandeld volgens de Second Opinion-regeling (SOR) binnen het huurrecht. Partijen hebben ingestemd met de SOR door het ondertekenen van de SO-formulieren, waardoor het hof de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv Pro als genomen beschouwt.

De enige grief van appellant betreft het feit dat de rechtbank Den Haag niet heeft beslist zoals hij in eerste aanleg had gevorderd. Het hof heeft kennisgenomen van de stukken uit eerste aanleg en het tussenvonnis van 26 februari 2014 en neemt de overwegingen van de kantonrechter over, waardoor de bestreden vonnissen worden bekrachtigd zonder nadere motivering.

Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, welke beperkt zijn tot het griffierecht en één punt volgens het liquidatietarief vanwege de comparitie. Het arrest is uitgesproken op 29 maart 2016 door het Gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de bestreden vonnissen en veroordeelt appellant in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.177.106/01
Zaak-en rolnummer rechtbank : 2277926 / 13-5041

Arrest van 29 maart 2016

inzake

[appellant] ,

wonende te [geïntimeerde] ,
appellant,
hierna te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. P.J.W. de Water te Katwijk,
tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
hierna te noemen: [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. V.L.T. van Roy te Leiden.

Het geding

Voor het procesverloop tot aan 20 oktober 2015 verwijst het hof naar zijn tussenarrest van die datum. Bij dat tussenarrest werd een comparitie van partijen gelast. Van deze comparitie, die op 22 januari 2016 werd gehouden, is proces-verbaal opgemaakt. Ter comparitie is de mogelijkheid van de Second Opinion-procedure besproken. Na een aanhouding van twee weken voor beraad daarover hebben de behandelend advocaten een ingevuld en ondertekend SO-formulier als bedoeld in het Second Opinion Reglement (SOR) toegezonden. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.

Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure

1. Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv Pro te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De enige grief van [appellant] bestaat eruit dat de rechtbank Den Haag (team kanton Leiden/Gouda, locatie Leiden) in het tussenvonnis van 26 februari 2014 en het vonnis van 10 juni 2015 (hierna: de bestreden vonnissen) niet heeft beslist overeenkomstig hij in eerste aanleg had gevorderd.
2. Het hof - dat kennis heeft genomen van de door [appellant] ten behoeve van de comparitie overgelegde stukken in eerste aanleg, en het nagezonden tussenvonnis van 26 februari 2014 - neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zullen de bestreden vonnissen worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
3. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door [geïntimeerde] betaalde griffierecht van € 311,- en, nu een comparitie heeft plaatsgevonden, één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief, € 894,-.

Beslissing

Het hof:
- bekrachtigt de bestreden vonnissen;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 311,- aan griffierecht en € 894,- voor salaris advocaat;
- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, E.J. van Sandick en M.E. Honée en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2016 in aanwezigheid van de griffier.