ECLI:NL:GHDHA:2017:1128
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over teruggaaf omzetbelasting wegens oninbare vorderingen na faillissement
Belanghebbende, een leasemaatschappij, verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over de periode 2007-2011 wegens oninbare vorderingen op [Y] B.V., die in 2011 failliet ging. De Inspecteur verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en wees het af, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep stelde het hof vast dat het recht op teruggaaf pas ontstond toen de curator in januari 2014 schriftelijk meldde dat de boedel onvoldoende baten had om crediteuren te voldoen. De rechtbank had het verzoek te vroeg afgewezen omdat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat zij tot dat moment nog op betaling had gehoopt.
Het hof oordeelde dat het verzoek ontvankelijk was en dat de vorderingen onbetaald waren gebleven. De Inspecteur kon niet aannemelijk maken dat het recht op teruggaaf eerder ontstond. Het hof vernietigde de eerdere uitspraken en de teruggaafbeschikking, kende de teruggaaf toe en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hof verleent teruggaaf van €66.667 omzetbelasting en veroordeelt de Inspecteur in proceskosten en griffierechten.