Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
“Het hof vraagt zich af of een dergelijk onderzoek op dit moment opportuun is, nu de vader niet langer in beeld lijkt te zijn. Het hof acht in het kader van die gezagsbeëindigende maatregel een aanvullend raadsonderzoek geïndiceerd naar de noodzaak van de verdere uithuisplaatsing van de minderjarige in het licht van de situatie van de moeder in combinatie met de behoeften, de hechting en de overige belangen van de minderjarige. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de minderjarige pas enkele maanden in het huidige pleeggezin verblijft. Het hof vraagt de raad in dat verband uitdrukkelijk te (laten) onderzoeken of de betreffende minderjarige met succes kan worden teruggeplaatst naar de moeder, al dan niet met inzet van hulp in de thuissituatie bij de moeder.”.
“Aan de ene kant heeft de Raad oog voor de visie van JBRR waarin zij aangeven dat zij al het mogelijke hebben gedaan ten aanzien van een eventuele terugplaatsing van [minderjarige] bij moeder. Aan de andere kant is uit het raadsonderzoek naar voren gekomen dat moeder het afgelopen jaar een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt en dat vader al geruime tijd niet meer in beeld is. Alles afwegende is de raad van mening dat een laatste poging moet worden gedaan om te bezien of een gefaseerde terugplaatsing tot de mogelijkheden behoort. Hierbij zullen de contactmomenten tussen moeder en [minderjarige] geïntensiveerd moeten worden. Daarnaast zal moeder alle hulp blijvend accepteren en volledige openheid van zaken moeten (blijven) geven. Moeder zal voor haarzelf (psychologische) hulp moeten accepteren ten aanzien van haar copingsvaardigheden, haar weerbaarheid en haar gevoelens leert te onderkennen. Daarnaast is de Raad van mening dat het netwerk van moeder intensief bij het traject betrokken dient te worden. Concluderend is de raad van mening dat binnen een half jaar duidelijk moet zijn of moeder in staat is om zelfstandig voor [minderjarige] te zorgen. Deze termijn acht de Raad voor [minderjarige] ook aanvaardbaar.”.