ECLI:NL:GHDHA:2017:1440
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating tot schuldsaneringsregeling wegens goede trouw en nakoming verplichtingen
Appellante heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens een totale schuldenlast van €27.735,67. De rechtbank wees dit verzoek af omdat onvoldoende aannemelijk was dat zij te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep betwist appellante dit oordeel en voert aan dat een groot deel van haar schulden, waaronder die aan Neckermann en Wehkamp, buiten de vijfjaarstermijn zijn ontstaan en dat zij pas na het overlijden van haar echtgenoot in financiële problemen is gekomen. Tevens heeft zij toegelicht dat zij onbewust de nalatenschap van haar tweede echtgenoot heeft aanvaard, waardoor de schuld aan het UWV te goeder trouw is ontstaan.
Het hof acht aannemelijk dat appellante te goeder trouw is geweest en haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zal nakomen. Zij werkt 26 uur per week, solliciteert naar een voltijdbaan en staat onder budgetbeheer. Ook is gebleken dat een geldlening van familie een schenking betreft. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit, waarna de zaak wordt verwezen voor uitvoering.
De beslissing is genomen na een mondelinge behandeling waarbij ook een productie is overgelegd. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 18 april 2017.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de toelating tot de schuldsaneringsregeling toe.