ECLI:NL:GHDHA:2017:149
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bevestiging partneralimentatie ondanks geschil over niet-wijzigingsbeding en dwaling
Partijen waren gehuwd van 1990 tot 2009 en sloten een vaststellingsovereenkomst in 2012 waarin partneralimentatie werd vastgesteld met een niet-wijzigingsbeding. De man verzocht de alimentatie te beëindigen of te verlagen vanwege vermeend grievend gedrag van de vrouw en een beroep op dwaling over haar verdiencapaciteit.
Het hof oordeelde dat het gedrag van de vrouw niet zodanig grievend was dat de lotsverbondenheid werd verbroken en de onderhoudsverplichting kon vervallen. Daarnaast werd het beroep op dwaling verworpen omdat onzekerheden over toekomstige verdiencapaciteit juist reden waren voor het sluiten van de vaststellingsovereenkomst.
Het hof stelde dat het niet-wijzigingsbeding rechtsgeldig was en dat geen sprake was van een zo ingrijpende wijziging van omstandigheden dat het beding terzijde kon worden gesteld. De man werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten in beide instanties. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man tot beëindiging of matiging van de partneralimentatie af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.