Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 23 mei 2017
[naam] ,
de stichting Stichting 3B Wonen,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
eerste drie grievenhebben – kort samengevat – betrekking op het oordeel van de kantonrechter dat de tekortkoming zodanig ernstig is, dat ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd is.
vierde, vijfde en zesde griefberoept [appellante] zich op haar persoonlijke omstandigheden, die maken dat de gevolgen van de ontbinding in dit geval niet gerechtvaardigd zijn. Zij heeft hernia en artrose, waardoor zij dagelijks veel pijn lijdt, is zeer slecht ter been en heeft, mede gelet op haar gezondheidssituatie, belang bij een vaste verblijfplaats. Daar staat tegenover dat 3B Wonen geen belang meer of nog slechts een gering belang heeft bij ontbinding van de huurovereenkomst aangezien [ex-echtgenoot] die de hennepplantage heeft aangelegd en geëxploiteerd de woning heeft verlaten en daarin niet meer zal terugkeren.
zevende griefstaat het feit dat [appellante] niets van de hennepkwekerij afwist in de weg aan de ontbinding en ontruiming.
Grief 8, waarmee [appellante] erover klaagt dat de ontbinding is toegewezen, borduurt voort op de eerste zeven grieven en deelt het lot daarvan.
negende en tiende grieften slotte hebben betrekking op de proceskostenveroordeling. Aangezien de voorgaande grieven falen en de kantonrechter naar het oordeel van het hof de vorderingen van 3B Wonen terecht heeft toegewezen, is de proceskostenveroordeling van [appellante] op haar plaats.