Belanghebbende, exploitant van een Chinees restaurant, was het niet eens met naheffingsaanslagen loonheffing over de jaren 2008-2012, waarin bijtelling voor privégebruik van auto’s aan werknemers was toegepast. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof Amsterdam vernietigde de boetebeschikkingen en wees de zaak deels toe. De Hoge Raad vernietigde het hof Amsterdam-arrest voor zover het de naheffingsaanslagen betrof en verwees de zaak terug naar het hof Den Haag voor nader onderzoek naar de stelling dat bestelauto’s buiten werktijd niet privé gebruikt konden worden omdat ze op een afgesloten terrein stonden en de sleutels werden ingeleverd.
Na verwijzing onderzocht het hof Den Haag uitsluitend deze stelling. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de bestelauto’s buiten werktijd niet privé werden gebruikt. De inspecteur had de bijtelling daarom terecht toegepast. Andere door belanghebbende aangevoerde bezwaren, zoals het ontbreken van een nieuw feit voor navordering en het vertrouwensbeginsel, werden niet beoordeeld omdat deze buiten de verwijzingsopdracht vielen.
Het hof bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank voor zover deze de naheffingsaanslagen betrof en wees de beroepen ongegrond. Proceskostenveroordelingen uit eerdere procedures bleven in stand. De uitspraak werd op 31 mei 2017 in het openbaar uitgesproken.