Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
- de vader van de betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder van de betrokkene;
- de huidige curator, [belanghebbende 7] , tezamen met de voorgaande curator, [belanghebbende 6] ;
- de beoogd bewindvoerder en mentor;
- [naam 1] , de partner van de beoogd bewindvoerder de mentor;
- [naam 2] , de dochter van de beoogd bewindvoerder en mentor.
primairom de opheffing van de ondercuratelestelling over de betrokkene. Het hof zal daarom allereerst vaststellen of een beschermingsmaatregel naar het oordeel van het hof ten behoeve van de betrokkene noodzakelijk is.
Subsidiairverzoekt de vader tot omzetting van de curatele in een bewind en mentorschap ten behoeve van de betrokkene, als bedoeld in artikel 1:432 lid 4 BW Pro respectievelijk artikel 1:451 lid 4 BW Pro. Het hof dient, wanneer een beschermingsmaatregel noodzakelijk blijkt, te beoordelen of kan worden volstaan met een minder ingrijpende maatregel dan de ondercuratelestelling.