ECLI:NL:GHDHA:2017:1773
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing inzageverzoek repertorium ambtshandelingen in geschil over wederindienstredingsvoorwaarde
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de wederindienstredingsvoorwaarde, opgenomen in een ontslagvergunning van het UWV, is geschonden door de geïntimeerde door het in dienst nemen van twee kandidaat-gerechtsdeurwaarders binnen 26 weken na het ontslag van appellant. Appellant vordert nietigheid van het ontslag en doorbetaling van salaris onder aftrek van elders verdiend loon.
De kantonrechter wees de vordering af, omdat het aantal ambtshandelingen van de nieuwe medewerkers te veel afweek van dat van appellant, waardoor geen sprake was van werkzaamheden van dezelfde aard. Appellant betwist dit en vordert inzage in het repertorium met ambtshandelingen en weekoverzichten om dit te kunnen toetsen.
Het hof oordeelt dat appellant een rechtmatig belang heeft bij inzage in het repertorium over een representatieve periode van 1 oktober 2014 tot 31 december 2015, omdat de reeds verstrekte overzichten onvoldoende controleerbaarheid bieden. Gegevens die tot derden herleidbaar zijn, moeten worden verwijderd of onleesbaar gemaakt om privacy te waarborgen. De weekoverzichten worden niet toegewezen wegens onvolledigheid en gering belang.
De beslissing omtrent proceskosten wordt aangehouden tot de hoofdzaak. De zaak wordt verwezen naar de rol voor overlegging van het afschrift door geïntimeerde, waarna appellant zich kan uitlaten en geïntimeerde kan reageren.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot het verstrekken van een geanonimiseerd afschrift van het repertorium van ambtshandelingen over een representatieve periode.