Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest d.d. 4 april 2017
Het geding
- [de vrouw] , vergezeld van haar advocaat;
- [de oom] , vergezeld van zijn advocaat.
Beoordeling van het hoger beroep
eerstegrief voert [de vrouw] aan dat ten onrechte is overwogen dat [de oom] niet in strijd met het bepaalde in artikel 3:68 BW Pro buiten de aan hem verleende volmacht is getreden. Volgens haar is dit wel het geval. Het is onjuist om aan te nemen dat, ondanks een zeer ruime volmacht, er geen aansprakelijkheid meer is voor het buiten de grenzen van de volmacht treden. Volgens [de oom] kon hij niet gelden rechtstreeks en in een keer vanuit [naam land] naar haar Nederlandse bankrekening overmaken, maar [de vrouw] bestrijdt dat. Zij legt emailberichten over waaruit volgt dat ook iemand met een regulier visum in [naam land] een bankrekening kan openen. [de oom] had dit dus kunnen doen op naam van [de vrouw] , maar heeft dit nagelaten. [de vrouw] heeft hem toestemming verleend omdat zij van hem had begrepen dat het niet anders kon. Zij heeft gedwaald op dit punt. [de oom] heeft haar op het verkeerde been gezet met de door hem geschetste voorstelling van zaken.
(tweedegrief) dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat [de oom] de stellingen voldoende onderbouwd heeft weersproken. Hij heeft geen documenten kunnen overleggen die zijn verhaal ondersteunen. [de oom] heeft aangegeven dat sprake was van tussenpersonen, diverse bankrekeningen, het overboeken van gelden via derden et cetera, maar niets van deze stellingen wordt met bewijs gestaafd. [de vrouw] verwijst naar een door haar overgelegde verklaring van haar stiefvader, die een beeld schetst van schimmige transacties en vele opnamen van contant geld. Aan [de vrouw] zijn papieren overgelegd. maar dit betrof algemene documenten en er is nimmer sprake geweest van een verantwoording.
derdegrief). [de vrouw] heeft ingestemd met de gehanteerde handelwijze omdat zij niet de mogelijkheden had zich te vergewissen van andere opties. Dat zij met de gehanteerde handelwijze heeft ingestemd brengt echter niet automatisch met zich mee dat zij zich bewust was van het feit dat het overbrengen van gelden op die manier ruim € 128.000,- zou kosten. Er is geen verklaring waar de rest van het geld gebleven is.
vierdegrief. [de oom] heeft geen afdoende verklaring kunnen geven waar het geld is gebleven en daarmee is onweersproken gebleven dat [de oom] geld heeft overgehouden aan de transacties Dit heeft de rechtbank ten onrechte niet betrokken in haar vonnis.