5.2.Vervangende toestemming verhuizing en inschrijving school
5.2.1.De man voert ter onderbouwing van zijn verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing met de minderjarige naar [nederlandse antillen] , kort samengevat, aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de noodzaak voor de man om te verhuizen naar [nederlandse antillen] niet is komen vast te staan. De man stelt zich op het standpunt dat het sinds het overlijden van zijn vader op 19 oktober 2015 niet goed gaat met de onderneming
[A] N.V., te [plaats] , [nederlandse antillen] . Volgens de man heeft de onderneming sindsdien te kampen met een sterk dalende omzet, waardoor permanente aanwezigheid van de man op [nederlandse antillen] noodzakelijk is om de onderneming te redden. De moeder van de man is hiertoe, gelet op haar gezondheid en capaciteiten, niet in staat. Tot op heden is er volgens de man vanuit de familie niemand bereid de onderneming voort te zetten en staking van de onderneming behoort volgens de man niet tot de mogelijkheden, omdat de moeder van de man voor haar pensioen en afbetaling van de hypotheek volledig afhankelijk is van de winst uit de onderneming. Voorts is de man bereid de vrouw tegemoet te komen qua reis- en verblijfskosten indien de minderjarige met de man naar [nederlandse antillen] verhuist, zodat de vrouw en de minderjarige elkaar kunnen blijven zien. Daarnaast heeft de man voor wat betreft de omgang tussen de vrouw en de minderjarige, naast de fysieke contactmomenten tijdens de zomer- en kerstvakantie, vaste telefoonmomenten voorgesteld, alsmede contact per e-mail, sms, Skype, WhatsApp en Facetime. Daarnaast stelt de man dat de rechtbank de verschillende belangen die in het voordeel van de man spreken onvoldoende heeft meegewogen in haar oordeel. De minderjarige heeft haar hoofdverblijfplaats bij de man. Gelet op de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken moet de man naar eigen zeggen tevens worden aangemerkt als hoofdverzorger van de minderjarige. Ook stelt de man altijd de volledige financiële zorg voor de minderjarige gedragen te hebben. De man heeft sinds 2010 een relatie met zijn nieuwe partner wier familie ook op [nederlandse antillen] woont en waarmee hij, samen met de minderjarige, naar [nederlandse antillen] wil verhuizen om aldaar een toekomst op te bouwen en het gezin verder uit te breiden. De man stelt dat hij op [nederlandse antillen] de mogelijkheid heeft een woning te betrekken die in eigendom is van de ouders van zijn nieuwe partner. Tot slot zal de man ervoor zorgen dat, indien hij vervangende toestemming voor de verhuizing krijgt, de verhuizing zodanig zal inplannen dat de minderjarige op een voor haar gunstig moment op de nieuwe school op [nederlandse antillen] kan instromen.
5.2.2.De vrouw stelt dat de rechtbank op juiste gronden heeft vastgesteld dat de noodzaak van de man om te verhuizen naar [nederlandse antillen] niet is komen vast te staan. De man heeft, aldus de vrouw, onvoldoende inzicht gegeven hoe de onderneming er financieel voorstaat. Ook heeft de man op geen enkele wijze aangetoond dat hij over de juiste capaciteiten beschikt om de onderneming voort te zetten. Ditzelfde geldt voor de stellingen van de man dat hij permanent op [nederlandse antillen] aanwezig moet zijn om de onderneming voort te zetten en dat staking van de onderneming niet tot de mogelijkheden behoort. De vrouw is van mening dat de man de onderneming gebruikt om toestemming te kunnen krijgen voor zijn verhuizing met de minderjarige naar [nederlandse antillen] , waarbij de man zijn eigen belang voorop stelt en niet dat van de minderjarige. De minderjarige zal, aldus de vrouw, qua materiële omstandigheden achteruit gaan bij een verhuizing naar [nederlandse antillen] . Zo zijn volgens de vrouw de medische voorzieningen op [nederlandse antillen] aanzienlijk beperkter dan in Nederland en ook de scholingsmogelijkheden zijn niet hetzelfde. De man is volgens de vrouw om deze reden zelf in Nederland komen studeren. Daarnaast staat het belang van de vrouw lijnrecht tegenover het belang van de man. Zo zullen de mogelijkheden van de vrouw om invulling te geven aan haar moederrol sterk afnemen bij een verhuizing van de minderjarige naar [nederlandse antillen] . Op dit moment is er volgens de vrouw sprake van een feitelijke situatie die gelijkstaat aan de regeling van co-ouderschap. Hierdoor zou een verhuizing van de minderjarige naar [nederlandse antillen] een drastische wijziging van de omgang tussen de vrouw en de minderjarige betekenen. Gezien de leeftijd van de minderjarige is een dergelijke wijziging te belastend voor haar. Het belang van de minderjarige om in haar vertrouwde sociale omgeving te blijven en om intensief contact te behouden met haar moeder, weegt volgens de vrouw zwaarder dan het belang van de man om naar [nederlandse antillen] te verhuizen.
5.2.3.Het hof oordeelt als volgt. Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechter worden voorgelegd.
5.2.4.Op grond van het bepaalde in artikel 1:253a van het BW dient het hof in een geschil als het onderhavige, waarbij de ouders met het gezamenlijk gezag over het kind belast zijn en er een verschil van mening bestaat over een verhuizing van de verzorgende ouder en het kind en/of de schoolkeuze van het kind, een zodanige beslissing te nemen als het hof in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Uit vaste rechtspraak volgt dat, hoezeer het belang van het kind een overweging van de eerste orde dient te zijn bij de te verrichten afweging van belangen, andere belangen zwaarder kunnen wegen. Het hof zal bij zijn beslissing alle omstandigheden van het geval in acht dienen te nemen.
5.2.5.Overeenkomstig vaste rechtspraak dient het hof bij de beslissing in een geschil als het onderhavige alle omstandigheden van het geval in aanmerking te nemen en alle betrokken belangen af te wegen, waaronder:
- de noodzaak om te verhuizen;
- de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
- de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
- de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
- de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
- de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing;
- de leeftijd van de minderjarige, zijn mening en de mate waarin de minderjarige geworteld is in zijn omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen;
- de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.
5.2.6.Op basis van de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is het hof van oordeel dat de rechtbank op goede gronden het verzoek van de man tot vervangende toestemming om met de minderjarige naar [nederlandse antillen] te verhuizen, alsmede hem vervangende toestemming te verlenen om de minderjarige in te schrijven op de [adres] , [nederlandse antillen] , heeft afgewezen. In hoger beroep zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel kunnen leiden. Hierbij neemt het hof nog in aanmerking dat de man in hoger beroep zijn noodzaak om te verhuizen vanwege het achteruitgaan van de familieonderneming op [nederlandse antillen] , onvoldoende met stukken heeft onderbouwd. Het hof is van oordeel dat de man een belang heeft bij verhuizing naar [nederlandse antillen] , vanwege het aldaar woonachtig zijn van zijn familie en de familie van zijn partner en vanwege de familieonderneming van zijn overleden vader die de man wenst voort te zetten. Het hof is echter van oordeel dat de man onvoldoende heeft aangetoond dat hij verschillende alternatieven heeft onderzocht om de familieonderneming op [nederlandse antillen] voort te zetten dan wel het inkomen van zijn moeder anderszins te waarborgen. Daarnaast kan het belang van de man en de minderjarige om bij de familie van de man op [nederlandse antillen] op te groeien, niet zwaarder wegen dan het belang van de minderjarige om in Nederland bij de vrouw en haar familie op te groeien. Het hof komt derhalve, anders dan de man, tot de conclusie dat onvoldoende is komen vast te staan dat het belang van de man om met de minderjarige naar [nederlandse antillen] te verhuizen, zwaarder weegt dan het belang van de vrouw en de minderjarige om regelmatig fysiek contact met elkaar te hebben en het belang van de minderjarige om in haar vertrouwde omgeving en in nabijheid van de vrouw op te groeien. Gelet op het voorgaande, ziet het hof geen aanleiding om de man alsnog vervangende toestemming te verlenen om met de minderjarige naar [nederlandse antillen] te verhuizen en de minderjarige in te schrijven op de [adres] , [nederlandse antillen] . Het hof zal derhalve de bestreden beschikking op dit onderdeel bekrachtigen.