Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Soul-Inn B&B B.V.,
2.Exploitatiemaatschappij Beach ’s-Gravenzande B.V.,
3.[naam],
2.2. Scorpio Real Estate B.V.,
advocaat: mr. O. Diels te Den Haag.
wordt binnenkort een nieuwe BV”.In de huurovereenkomsten is onder 1.2 bepaald dat het gehuurde door of vanwege de huurder uitsluitend zal worden gebruikt als Bed & Breakfast; daarbij is handgeschreven “
voor expats etc. (ook voor een langer verblijf)”.
In 2.1 van de huurovereenkomsten is vermeld:
“ Van deze huurovereenkomst maken deel uit de ‘Algemene Bepalingen Huurovereenkomst WINKELRUIMTE’ en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW Pro’(bijlage 1)(…)De inhoud van deze Algemene bepalingen is partijen bekend. Huurder en verhuurder hebben een exemplaar van de algemene bepalingen ontvangen.”Verder is in de huurovereenkomsten vermeld dat partijen een overeenkomst zullen sluiten “
voor de overname van de overige activa welke verhuurder zal kopen uit het faillissement, zodra hierover overeenstemming is bereikt met de curator van de vorige exploitant”. [hof: met vorige exploitant wordt bedoeld: mevrouw [naam] voornoemd].
Deze huurovereenkomsten zijn op 26 april 2013 door partijen getekend. Onder de betreffende handtekeningen staat vermeld:
“Afzonderlijke handtekening van huurder voor de ontvangst van een eigen exemplaar van de ALGEMENE BEPALINGEN HUUROVEREENKOMST WINKELRUIMTE en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW Pro als genoemd in 2.1”,met hieronder de handtekening van huurder en paraaf verhuurder.
het contract voorlopig maar” op naam te zetten van Zeppelin. De mail vervolgt: “
Zoals je weet wil ik er dadelijk dan een BV tussen schuiven. Zeppelin is mijn houdstermaatschappij.”
Herhaalde uitnodigingen ten spijt heeft de heer [appellant sub 3] aangaande de aangetroffen roerende zaken en de goodwill van de onderneming geen redelijkerwijs voor acceptatie in
“verkoop Concept Soul-Inn B&B overeengekomen door partijen; Verhuurder Soul-Inn B&B B.V. (…) en huurder Zeppelin B.V. (…),en verder:
mr. Kleingeld in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van “mevrouw [naam] h.o.d.n. Soul-Inn Delft”. In de overeenkomst is opgenomen dat [naam] een Bed & Breakfast exploiteerde onder de naam Soul-Inn Delft en dat Scorpio de nieuwe huurder is van het pand waarin Soul-Inn Delft was gevestigd. In de vaststellingsovereenkomst is vermeld dat Scorpio zonder toestemming van de curator gebruik heeft gemaakt van de goodwill van de eenmanszaak Soul-Inn Delft. Kort gezegd zijn de curator en Scorpio in deze vaststellingsovereenkomst overeengekomen dat Scorpio tegen betaling van € 10.000,= aan de boedel de Bed & Breakfast onderneming in genoemd pand mag voortzetten.
(1.8) Op 17 juli 2013 heeft [X] aan [appellant sub 3] gemaild:
[…],
€ 92.989,09 resteerde.
€ 8.200,-- en € 15.600,--, aan Soul-Inn, Beach en [appellant sub 3] niet door Scorpio (incidenteel) is gegriefd.
Soul-Inn c.s. hebben hun eis in reconventie in hoger beroep gewijzigd en herhaald, voor zover niet toegewezen. Soul-Inn, Beach en [appellant sub 3] vorderen, zakelijk weergegeven, thans in hoger beroep (los van de jegens Scorpio in eerste aanleg toegewezen huurtermijnen):
(i) een verklaring voor recht dat Zeppelin huurder is;
(ii) ontbinding en ontruiming van de gehuurde panden;
(iii) veroordeling van óók Zeppelin tot betaling van de slechts jegens Scorpio toegewezen
achterstallige huurtermijnen van € 21.780,--, € 8.200,-- en € 15.600,--;
(iv) veroordeling van Zeppelin c.s. (Zeppelin en Scorpio) tot betaling van € 55.000,--
(v) veroordeling van Zeppelin c.s. (Zeppelin en Scorpio) tot betaling aan Soul-Inn
van 53.785,-- (huurtermijnen juni 2015/ december 2015);
(vi) veroordeling van Zeppelin c.s. (Zeppelin en Scorpio) tot betaling aan Soul-Inn,
(vii) veroordeling van Zeppelin c.s. (Zeppelin en Scorpio) tot betaling door Zeppelin c.s. van
de wettelijke handelsrente, dan wel de wettelijke rente over de niet betaalde
huurtermijnen vanaf de vervaldata van deze termijnen;
(viii) veroordeling van Zeppelin c.s. (Zeppelin en Scorpio) tot betaling van boetes tot en met
december 2015 van € 9.300,--, € 7.200,-- en € 7.200,-- aan respectievelijk Soul-Inn,
Beach en [appellant sub 3]. Daarnaast maakt [appellant sub 3] op grond van artikel 31 Algemene Pro Voorwaarden
aanspraak op € 35.000 aan boete.
(ix) veroordeling van Zeppelin c.s. (Zeppelin en Scorpio) tot betaling van € 300,-- per
(x) veroordeling van Zeppelin c.s. (Zeppelin en Scorpio) tot betaling aan appellanten (aan
(xi) veroordeling van Zeppelin c.s. (Zeppelin en Scorpio) tot betaling van schadevergoeding
(ex artikel 6:277 BW Pro) wegens de wietplantage in het gehuurde pand aan de Spoorsingel
44-2 te Delft;
(xii) alles voor zover mogelijk hoofdelijk;
(xiii) veroordeling van Zeppelin c.s. tot terugbetaling van hetgeen Soul-Inn c.s. uit kracht van
het bestreden vonnis hebben betaald;
(xiv) veroordeling van Zeppelin c.s. (Zeppelin en Scorpio) tot betaling van de proceskosten
van beide instanties.
a. De vraag wie als huurder moet worden aangemerkt, Zeppelin of Scorpio.
b. De betalingen tot een bedrag van € 127.400,--. Was deze betaling onverschuldigd?
c. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomsten en ontruiming van het gehuurde.
d. De gevorderde betaling van huurachterstand.
e. De gevorderde boetes.
f. De gevorderde schadevergoeding.
g. De buitengerechtelijke incassokosten.
grief 8hebben Soul-Inn c.s. geen belang omdat het hoger beroep ook kan worden benut om een (eventueel) verzuim in eerste aanleg te herstellen hetgeen zij hebben gedaan door de inhoud van de antwoordakte te verwerken in de memorie van grieven.
grief 1hebben Soul-Inn c.s. betoogd dat de huurovereenkomsten zijn getekend door Zeppelin en niet namens een B.V. i.o., dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 2:203 BW Pro, dat ook niet de betalingsverplichting van de huurder is overgegaan op een andere vennootschap dan Zeppelin, dat door Soul c.s. geen toezegging is gedaan om mee te werken aan contractsovername en dat een overgang van de betalingsverplichting (automatisch) leidt tot schending van de zogenaamde Beklamelnorm (bestuurdersaansprakelijkheid). Dit betoog, dat Zeppelin c.s. gemotiveerd hebben bestreden, kan niet slagen. Dit wordt als volgt toegelicht.
“Zoals je weet wil ik er dadelijk dan een BV tussen schuiven. Zeppelin is mijn houdstermaatschappij.“.Zeppelin c.s. stellen dat partijen vervolgens nader met elkaar hebben overlegd over de vraag of de vennootschap van [appellant sub 3], Soul-Inn B&B B.V., in dat kader overgedragen kan worden aan (een vennootschap van) [X]
.Deze stelling vindt bevestiging in een e-mail van 21 april 2013 (productie 2 bij mva) waarin [X] aan [appellant sub 3] vraagt zo spoedig mogelijk na te kijken/te bespreken of genoemde BV overgeheveld kan worden. Zo niet,
”dan moet ik als een speer een nieuwe BV op gaan laten richten.”.Op 25 april 2013 stuurt [appellant sub 3] (als bijlage bij een e-mail) de drie huurcontracten (productie 3 bij mva). [X] laat bij e-mail van 26 april 2013 aan [appellant sub 3] onder meer weten dat Soul-Inn B.V. niet is over te nemen en dat hij dus een nieuwe BV gaat oprichten, wat tegenwoordig een kwestie van een paar dagen is (productie 4 bij mva). Later die dag stuurt [X] de drie huurovereenkomsten naar [appellant sub 3] terug waarin de naam Zeppelin B.V. is doorgestreept met de handgeschreven vermelding: “wordt binnenkort een nieuwe BV.”. In de e-mail wordt [appellant sub 3] gewezen op
“wat aanpassingen hier en daar.”.[appellant sub 3] heeft op de comparitie van partijen bij de rechtbank verklaard dat het inderdaad zo is gegaan en dat hij de aanpassing van de naam van de huurder heeft gezien. Hij voegde daaraan toe dat hij dacht dat het wel goed zou zijn. De huurovereenkomsten zijn door [X] en [appellant sub 3] getekend. Soul-Inn c.s. hebben niet gesteld dat De [appellant sub 3] vóór de ondertekening aan [X] duidelijk heeft gemaakt dat hij (toch) niet, althans niet zonder meer ermee instemde dat een andere vennootschap dan Zeppelin huurder zou zijn.
grief 2gericht, maar de toelichting is in de kern een herhaling van die op grief 1, wat betekent dat grief 2 het lot van grief 1 deelt.
grief 3agericht.
verkoop Concept Soul-Inn B&B overeengekomen door partijen”. Dit sluit volgens hen ook aan bij de koop van activa zoals deze was voorzien in de door [appellant sub 3] opgestelde huurovereenkomsten.
(“Schuld [naam]”, “Huren maand april”, “Huren maand mei”, “Borg panden” en “Advocaatkosten”) die wijzen op (afspraken in verband met) de huur en niet (ook) op koop. Anderzijds heeft de factuur als omschrijving: “
verkoop Concept Soul-Inn B&B door partijen; Verhuurder Soul-Inn B.V. (…) en huurder Zeppelin B.V. (…)” en is het volledige factuurbedrag van € 182.400,-- aangeduid als “
Verkoopbedrag”. [appellant sub 3] verklaart dat met de stelling dat hij had bedacht dat een factuur voor een koop van het concept Soul-Inn passend was omdat Zeppelin door de huurovereenkomsten in staat werd gesteld dit concept te exploiteren. Alles afwegende is het hof van oordeel dat er op basis van de tekst van de factuur van 4 juni 2013 met de daarbij behorende bijlage meer aanwijzingen zijn dat deze betrekking heeft op huur dan op koop.
Hier komt nog het volgende bij.
In elk geval staat tussen partijen vast (zie huurovereenkomst zoals geciteerd in rechtsoverweging 1.2) dat Zeppelin c.q. Scorpio de overige activa ten behoeve van de exploitatie van het gehuurde zou overnemen uit het faillissement van mevrouw [naam]. Voor overname van de activa was de medewerking van de curator in dat faillissement vereist, zoals vastgelegd in de huurovereenkomsten. Ten tijde van de factuur van 4 juni 2013 was die medewerking van de curator er echter nog niet. Deze kwam pas later bij de bij de vaststellingsovereenkomst tussen Scorpio en de curator van 28 juni 2013 (zie rechtsoverweging 1.7) waarmee Scorpio voor de overname van de activa groen licht kreeg. Nu Scorpio voorts ná de vaststellingsovereenkomst, te weten op 2 juli 2013 (zie rechtsoverweging 1.9) nog aan Soul-Inn heeft afbetaald op de factuur van 4 juni 2013 behoefde de stelling van Zeppelin c.s. dat is betaald op grond van een koopovereenkomst nadere onderbouwing, die evenwel ontbreekt.
grieven 3b, 3c en 4behoeven geen bespreking meer.
Grief 6betreft de afwijzing van de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomsten en ontruiming. De vordering is gegrond op de stelling dat Scorpio is tekort geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst(en) door de huur (structureel) onbetaald te laten, de borg niet te betalen, het gehuurde aan de Spoorsingel 44-2 onder te verhuren zonder de onderhuurder te identificeren, inkomensgegeven op te vragen en een waarborg te vragen, door het feit dat dit gehuurde niet overeenkomstig de bestemming is gebruikt nu er een wietplantage is aangetroffen, en door het hotel in strijd met de bestemming hotel (permanent) te laten bewonen door de ex-vriendin van [appellant sub 3] (met een kind). Scorpio heeft een en ander gemotiveerd bestreden.
Vordering 7 (iv) van Soul-Inn zal tegen Scorpio worden toegewezen. Het gevorderde bedrag van € 55.000,-- betreft het onbetaalde deel van de verschuldigde (huur)factuur van 4 juni 2013. Voor zover Zeppelin c.s. hebben gesteld dat er geen sprake is van verzuim (conclusie van antwoord in reconventie onder 8.9) heeft dit betrekking op de ingangsdatum van de rente. Tegen de verschuldigdheid van wettelijke handelsrente (ex artikel 6:119a BW) op zichzelf is geen verweer gevoerd, zodat de handelsrente als op de wet gegrond voor toewijzing vatbaar is. Omtrent de ingangsdatum van de rente overweegt het hof dat deze toewijsbaar is met ingang van 1 juli 2013, zoals gevorderd in rechte en zoals (als overeengekomen termijn) is vermeld op de betreffende factuur (
“LET OP: De tweede termijn ad € 62.400.000,00 dient binnen drie dagen na heden te worden voldaan op onderstaand rekeningnummer. Het resterende bedrag zal eind juni 2013 worden voldaan.”). Zeppelin c.s. hebben niet toegelicht waarom hier anders over geoordeeld zou moeten worden, zodat het hof uitgaat van de afspraak op de factuur van 4 juni 2013.
dit onderbouwd met eventuele betalingsbewijzen.Beide partijenmoeten daarbij rekening houden met hetgeen reeds in deze procedure is beslist, te weten:
- Scorpio is huurder.
- Scorpio is de gehele factuur van 4 juni 2013 verschuldigd (dus zowel het reeds
betaalde bedrag van € 127.400,-- als het nog te betalen bedrag van € 55.000,--).
- Scorpio kan zich dus niet beroepen op verrekening.
Grief 5keert zich tegen het oordeel van de kantonrechter in het vonnis onder 4.11 dat Soul-Inn c.s. niet hebben gesteld op welke artikelen de verschuldigdheid van de gevorderde boetes is gebaseerd. In de toelichting op de grief wordt gewezen op de artikelen 25.3 en 31 van de algemene voorwaarden, welke artikelen boetebepalingen bevatten. Zeppelin c.s. hebben bij conclusie van antwoord in reconventie onder 8.4. het volgende aangevoerd. Aangezien de algemene voorwaarden niet ter hand zijn gesteld (en overigens ook nooit besproken) zijn de algemene voorwaarden niet van toepassing, althans doen Zeppelin c.s. een beroep op vernietigbaarheid van de betrokken bedingen nu dat onder de gegeven omstandigheden onredelijk bezwarend zou zijn. Het hof begrijpt dit verweer aldus dat Zeppelin c.s. zich primair op het standpunt stellen dat de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden niet is overeengekomen, en subsidiair dat - voor zover hier van belang - het beding betreffende boetes onredelijk bezwarend is op de twee gronden in artikel 6:233 BW Pro.
Grief 7richt zich tegen de afwijzing van de vordering van Soul-Inn c.s. (in reconventie) tot schadevergoeding. Deze vordering ziet op het gehuurde appartement aan de Spoorsingel 44-2 waar een wietplantage is aangetroffen, en strekt tot vergoeding van schade als gevolg daarvan, nader op te maken bij staat. De schade betreft gederfde huurtermijnen tot het moment dat een nieuwe solide huurder is gevonden, herstelkosten van het appartement waarin de wietplantage is aangetroffen en de kosten van de huur van het aggregaat.
(I) de verklaring voor recht dat Scorpio huurder is, en
(II) de veroordeling van Scorpio tot betaling van huurachterstanden tot en met
februari 2014, respectievelijk ten bedrage van € 21.780,--, € 8.200,-- en
€ 15.600,--, aan Soul-Inn, Beach en [appellant sub 3],
en voor het overige opnieuw rechtdoende:
(ii) Westvest 97 te Delft
(iii) Westvest 119 te Delft
(iv) Spoorsingel 44-1 te Delft
(v) Spoorsingel 44-2 te Delft
(vi) Caspar Fagelstraat 30 te Delft
(vii) Donkerstraat 53 te Delft
(viii) Donkerstraat 53a te Delft
(ix) Kromstraat 6a te Delft;
de rol van 14 maart 2017voor akte aan de zijde van Zeppelin c.s., zoals genoemd in rechtsoverweging 23 en rechtsoverweging 28;
woensdag 5 april 2017 om 14.00 uur;