Uitspraak
[appellant 1] ,
[appellant 2],
[appellant 3] ,
[appellant 4],
[appellant 5],
[appellant 6],
[appellant 7],
[appellant 8],
I) [appellanten] c.s. hebben op grond van artikel 8 lid 1 Waadi Pro in beginsel recht op toepassing van de inlenersbeloning indien zij functies vervullen die passen binnen het functiegebouw van Matrans (r.o. 21);
II) [appellanten] c.s. zijn, anders dan de werknemers van Matrans, niet werkzaam in de functie van operationeel medewerker II/multifunctioneel, maar in de functie van operationeel medewerker I, welke functie past binnen het functiegebouw van Matrans. Daarmee hebben zij recht op de inlenersbeloning voor laatstgenoemde functie (r.o. 27);
III) Voor het antwoord op de vraag uit welke elementen de inlenersbeloning is samengesteld gaat het hof uit van de omschrijving in de ABU-CAO (r.o. 28);
IV) De vorderingen van [appellanten] c.s. tot (aanvullende) loonbetaling over de periode 2007-2012 zijn niet toewijsbaar, aangezien deze zijn gegrond op de onjuiste veronderstelling dat [appellanten] c.s. werkzaam zijn in de functie van operationeel medewerker II/multifunctioneel (r.o. 29);
V) Wat betreft de vorderingen van [appellanten] c.s. tot (aanvullende) loonbetaling over de periode vanaf 2012 tot heden heeft het hof beslist dat [appellanten] c.s. vanaf 1 januari 2012 recht hebben op een salaris conform loonschaal 1 (operationeel medewerker) van de Matrans-CAO, rekening houdend met de periodieken waarop zij gelet op hun werkervaring en anciënniteit aanspraak kunnen maken, en met toepassing van de inkomensontwikkelingen zoals bepaald in artikel 6 en Pro 7 van de Matrans-CAO (r.o. 31). Het hof heeft partijen verzocht om zich, onder overlegging van een (per appellant) gespecificeerde berekening, bij memorie na tussenarrest uit te laten over de salarissen waarop [appellanten] c.s. vanaf 1 januari 2012 – met inachtneming van het aantal gewerkte uren – op grond van het bovenstaande recht hebben. Daarbij diende ook inzicht te worden gegeven in het salaris dat door elk van hen feitelijk in de betreffende periode is ontvangen (r.o. 32).
VI) De vorderingen van [appellanten] c.s. met betrekking tot de reiskostenvergoeding zullen worden afgewezen (r.o. 38);
VII) Wat betreft de vorderingen van [appellanten] c.s. met betrekking tot het belgeld en de vergoedingen ex artikel 33 van Pro de Matrans-CAO heeft het hof zich verenigd met het oordeel van de kantonrechter dat [appellanten] c.s. hier recht op hebben. De door [appellanten] c.s. in dit verband gevorderde bedragen zijn voor toewijzing vatbaar, vermeerderd met de wettelijke rente (r.o. 45);
VIII) De vorderingen van [appellanten] c.s. met betrekking tot de feestdagentoeslag zullen worden afgewezen (r.o. 50);
IX) De vorderingen van [appellanten] c.s. met betrekking tot de correctiedagen zullen worden afgewezen (r.o. 53);
X) Onder het begrip ‘loon’ als bedoeld in artikel art 19 lid 5 sub b ABU Pro CAO moet tevens worden begrepen het loon dat de werkgever gehouden is om door te betalen bij ziekte van de werknemer. [appellanten] c.s. hebben derhalve, net als de werknemers van Matrans, gedurende het eerste jaar van hun arbeidsongeschiktheid recht op 100% doorbetaling van hun loon bij arbeidsongeschiktheid (r.o. 55). Het hof heeft Transcore verzocht om zich bij memorie na tussenarrest uit te laten over hetgeen te weinig is betaald (r.o. 56);
XI) Transcore mag bij ziekte slechts één wachtdag hanteren, zijnde de eerste werkdag waarop [appellanten] c.s. als gevolg van ziekte hun werkzaamheden niet kunnen verrichten. De huidige regeling, waarbij een ziekmelding pas op maandag mogelijk is en die maandag tevens als wachtdag geldt, is in de situatie waarin een werknemer in het weekend moet werken en in dat weekend ziek wordt in strijd met artikel 33 lid 7 ABU Pro-CAO (r.o. 59). De vorderingen van [appellanten] c.s. onder a en d, strekkende tot onder meer een verklaring voor recht, zijn in beginsel toewijsbaar. De vorderingen onder b en c, strekkende tot berekening en betaling door Transcore van hetgeen te weinig is betaald, zijn verjaard voor zover deze zien op de periode van voor 18 maart 2009 (r.o. 62). Voor de periode vanaf 18 maart 2009 is het aan [appellanten] c.s. om te stellen en zo nodig te bewijzen om hoeveel ten onrechte berekende wachtdagen het gaat (r.o. 63). Het hof heeft [appellanten] c.s. in de gelegenheid gesteld om een gespecificeerd overzicht van de teveel in rekening gebrachte wachtdagen in het geding te brengen (r.o. 64);
XII) De vorderingen van [appellanten] c.s. met betrekking tot overwerktoeslag zullen worden afgewezen (r.o. 71);
XIII) [appellanten] c.s. hebben in het kader van hun min-max contract slechts recht op uitbetaling van de overeengekomen garantie-uren, als zij zich in een week in elk geval 38,75 uur beschikbaar hebben gesteld voor werk (r.o.77). De vorderingen van [appellanten] c.s. inzake het ten onrechte inhouden van vakantie-uren en loon door Transcore zijn niet toewijsbaar (r.o. 78 en 81);
XIV) Met betrekking tot de vorderingen van [appellanten] c.s. op grond van de Arbeidstijdenwet (ATW) ter zake van de verplichting van Transcore tot het opstellen en tijdig meedelen van een arbeids- en rusttijdenpatroon en van het tijdstip waarop [appellanten] c.s. het werk moeten verrichten, heeft het hof geoordeeld dat het beroep van [appellanten] c.s. op de in artikel 4:2 ATW Pro vermelde mededelingstermijn van 28 dagen niet kan slagen, aangezien een collectieve regeling van toepassing is die meebrengt dat [appellanten] c.s. zelf kunnen bepalen welke rusttijden zij wensen en pas kort voordat de beschikbare werktijd ingaat horen wat hun eventuele werktijden zijn, zodat de vangnetbepaling van artikel 4:2 ATW Pro toepassing mist (r.o. 85). Het hof heeft verder voorshands geoordeeld dat de regeling zoals deze voor [appellanten] c.s. geldt op grond van hun arbeidsovereenkomst en werkinstructies, als gevolg van de vrijheid van [appellanten] c.s. om zelf hun beschikbare werkdagen (en daarmee hun rusttijden) te bepalen, voldoende waarborgen biedt met betrekking tot hun arbeids- en rusttijden. De stelling van [appellanten] c.s. dat deze regeling voor hen leidt tot de situatie dat zij zich 24/7 beschikbaar moeten houden voor werk, en dat zij hun sociale en gezinsleven niet kunnen plannen, zag het hof vooralsnog niet in. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om de feitelijke gang van zaken ter comparitie nader toe te lichten (r.o. 86).
ten minstedezelfde arbeidsvoorwaarden als die welke gelden voor werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de onderneming waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt. Uit de woorden “ten minste” blijkt dat het Transcore en [appellanten] c.s. vrijstaat om gunstiger arbeidsvoorwaarden overeen te komen. Ook volgens artikel 8 van Pro de Waadi, zoals dit luidde voor 27 april 2012, was een afwijking in de arbeidsvoorwaarden ten gunste van de ter beschikking gestelde arbeidskracht tot 27 april 2012 toegestaan. Het hof is gelet op het voorgaande van oordeel dat Transcore gehouden was en is om aan [appellanten] c.s. in elk geval hetzelfde loon te betalen als waarop een medewerker van Matrans, werkzaam als operationeel medewerker I, aanspraak zou hebben gehad. Indien en voor zover Transcore gedurende enige tijd een hoger loon heeft betaald, heeft zij dit niet onverschuldigd betaald maar betreft dit een toegestane afwijking ten gunste van de werknemer en is dit derhalve verschuldigd op grond van de tussen partijen (rechtsgeldig) gesloten arbeidsovereenkomst. Het beroep van Transcore op verrekening wordt derhalve verworpen.
[appellanten] :2013 wk 40 t/m 52 € 42,76
2014 wk 1 t/m 39 € 108,05
2014 wk 40 t/m 52 € 116,84
2015 wk 1 t/m 26 € 299,52
2015 wk 27 t/m 53 € 566,04
2016 wk 1 t/m 52
€ 698,49Totaal
€ 1.831,70I. [appellant 3]2013 wk 40 t/m 52 € 44,14
2014 wk 1 t/m 39 € 127,78
2014 wk 40 t/m 52 € 154,41
2015 wk 1 t/m 26 € 274,16
2015 wk 27 t/m 53 € 722,58
2016 wk 1 t/m 52
€ 1.156,46Totaal
€ 2.479,53[appellant 5]2013 wk 40 t/m 52 € 45,38
2014 wk 1 t/m 39 € 139,79
2014 wk 40 t/m 52 € 139,13
2015 wk 1 t/m 26 € 264,39
2015 wk 27 t/m 53 € 623,52
2016 wk 1 t/m 52
€ 1.511,05Totaal
€ 2.723,26[appellant 4]2013 wk 40 t/m 52 € 14,74
2014 wk 1 t/m 39 € 107,86
2014 wk 40 t/m 52 € 131,07
2015 wk 1 t/m 26 € 273,69
2015 wk 27 t/m 53 € 673,77
2016 wk 1 t/m 24
€ 601,50Totaal
€ 1.802,63[appellant 6]2013 wk 40 t/m 52 € 46,09
2014 wk 1 t/m 39 € 131,63
2014 wk 40 t/m 52 € 144,83
2015 wk 1 t/m 26 € 270,50
2015 wk 27 t/m 53 € 699,65
2016 wk 1 t/m 52
€ 1.347,54Totaal
€ 2.640,24[appellant 7]2013 wk 40 t/m 52 € 19,74
2014 wk 1 t/m 39 € 67,30
2014 wk 40 t/m 52 € 61,23
2015 wk 1 t/m 26 € 176,34
2015 wk 27 t/m 53 € 308,98
2016 wk 1 t/m 52
€ 451,98Totaal
€ 1.085,57[appellant 8]2013 wk 40 t/m 52 € 44,31
2014 wk 1 t/m 39 € 136,10
2014 wk 40 t/m 52 € 160,21
2015 wk 1 t/m 26 € 296,39
2015 wk 27 t/m 53 € 705,80
2016 wk 1 t/m 52
€ 1.406,95Totaal
€ 2.749,76[appellant 2]2013 wk 40 t/m 52 € 31,05
2014 wk 1 t/m 39 € 113,35
2014 wk 40 t/m 52 € 139,22
2015 wk 1 t/m 26 € 200,46
2015 wk 27 t/m 53 € 14,05
2016 wk 1 t/m 52
nihil .Totaal
€ 498,13
De vorderingen
sub ss tot en met ddddop pagina 108 tot en met 112 van de memorie van grieven worden afgewezen, zoals vermeld in r.o. 30 van het tussenarrest van 7 juni 2016.
De
sub eeeegevorderde verklaring voor recht dat appellanten per datum arrest betaald dienen te worden op basis van de van toepassing zijnde functiebalk van de Matrans CAO is toewijsbaar, echter uitsluitend voor zover dit voortvloeit uit het recht van [appellanten] c.s. op een salaris conform loonschaal 1 (operationeel medewerker) van de Matrans- CAO, rekening houdend met de periodieken waarop zij gelet op hun werkervaring en anciënniteit aanspraak kunnen maken, en met toepassing van de inkomens-ontwikkelingen zoals bepaald in artikel 6 en Pro 7 van de Matrans-CAO.
De vorderingen
sub ffff tot en met jjjjop pagina 112 tot en met 113 van de memorie van grieven zijn met hetzelfde voorbehoud toewijsbaar. Deze vorderingen zijn conform r.o. 30 van het tussenarrest echter niet toewijsbaar voor zover deze vorderingen verband houden met en voortvloeien uit de vorderingen
sub ss tot en met dddd. De
sub hhhhgevorderde wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro zal worden toegewezen, met dien verstande dat, nu gesteld noch gebleken is dat Transcore opzettelijk of bewust te weinig salaris betaalde, deze zal worden gematigd tot 10%. Voor een matiging tot nihil, zoals door Transcore verzocht, ziet het hof geen aanleiding, nu het niet juist toepassen van de inlenersbeloning wel valt toe te rekenen aan Transcore. De gevorderde wettelijke rente over zowel de hoofdsom als de wettelijke verhoging zal, nu de toegewezen hoofdsom ziet op de periode 2012 tot en met 2016 en de ingangsdatum van de wettelijke rente in het petitum niet nader is gespecificeerd, gemotiveerd en onderbouwd, worden toegewezen vanaf de datum van dit arrest. Voor zover
sub hhhhwordt gevorderd dat Transcore wordt veroordeeld tot betaling “binnen een maand na dagtekening” van dit arrest, gaat het hof hieraan voorbij, nu gelet op de toegewezen wettelijke rente vanaf de datum van dit uitvoerbaar bij voorraad verklaarde arrest en bij gebreke van een nadere toelichting op dit punt niet aannemelijk is geworden dat [appellanten] belang hebben bij deze toevoeging.
De vordering
sub iiiizal worden afgewezen, nu Transcore de berekening van hetgeen te weinig is betaald reeds heeft gemaakt zodat [appellanten] c.s. hierbij geen belang meer hebben.
De vordering
sub jjjj, inhoudende dat Transcore wordt veroordeeld om de achterstallige pensioenafdracht van appellanten afzonderlijk te doen, naar het hof begrijpt aan het betreffende pensioenfonds, zal worden toegewezen. Transcore heeft niet weersproken dat over het aan [appellanten] c.s. verschuldigde salaris (en derhalve ook over het thans toe te wijzen achterstallige salaris) pensioenpremie moet worden afgedragen aan het pensioenfonds. Transcore mag bekend worden verondersteld met het percentage van het salaris dat aan het pensioenfonds moet worden afgedragen. Het hof zal aan deze veroordeling, zoals gevorderd, een dwangsom verbinden, welke zal worden bepaald op € 250,- per dag, per appellant. Om Transcore voldoende tijd te geven om één en ander administratief te regelen en de juiste afdrachten aan het pensioenfonds te doen, zal de ingangsdatum van deze dwangsom worden bepaald op drie maanden na dit arrest. Anders dan Transcore meent kan aan de veroordeling van Transcore tot afdracht aan het pensioenfonds, zijnde betaling aan een derde, wel een dwangsom worden verbonden (Benelux Gerechtshof 9 juli 1981, NJ 1982/190).
sub k tot en met rgevorderde bedragen zijn voor toewijzing vatbaar, vermeerderd met de
sub sgevorderde wettelijke rente (r.o. 45).
sub tdat Transcore zal worden veroordeeld tot betaling van de vergoedingen ex artikel 33 Matrans Pro-cao, zoals bij Matrans gebruikelijk, per datum van dit arrest, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag, althans een door het hof redelijk te achten dwangsom, voor iedere dag dat Transcore niet voldoet aan dit gebod. Het hof begrijpt dat deze vordering ziet op de periode vanaf 12 juli 2013, de datum van het vonnis van de kantonrechter, tot aan de datum van dit arrest, en uitsluitend betrekking heeft op de vergoedingen ex artikel 33 van Pro de Matrans-cao. Het hof zal deze vordering in zoverre toewijzen. Voor het opleggen van een dwangsom is geen plaats, nu het hier gaat om een veroordeling tot betaling van een geldsom.
percentagevan dit loon dat de uitzendwerkgever tijdens ziekte moet doorbetalen. Contractspartijen bij de ABU CAO hebben er echter uitdrukkelijk voor gekozen om tijdens ziekte/arbeidsongeschiktheid niet de bij de inlener geldende percentages toe te passen, maar eigen percentages in de ABU CAO op te nemen, zoals vermeld in artikel 53 van Pro deze cao. Die uitdrukkelijke wilsovereenstemming op dit punt volgt uit de tekst en context van de ABU CAO, en is zowel door de ABU als door de werknemersverenigingen ook altijd zo naar hun leden gecommuniceerd, aldus nog steeds Transcore.
[appellant 4]:2007 € 41,42
2008 € 25,54
2009 € 10,46
2011 € 85,49
2012 € 3,57
2013 € 0,51
€ 0,51
€ 0,25
€ 3,57
€ 6,12
€ 5,61
2014 € 4,08
€ 2,55Totaal
€ 189,68[appellant 7]:2007 € 1.281,65
2008 € 58,68
€ 401,34
2011 € 8,90
2013 € 0,76
2014 € 0,76
€ 0,76
€ 4,37
2015 € 1,75
€ 10,19
€ 10,19
€ 6,12
€ 10,19
€ 10,19
€ 10,19
2016 € 10,19
€ 10,19
€ 10,19
€ 10,19
€ 10,19
€ 10,19
€ 10,19
€ 10,19
€ 10,19
€ 10,19
€ 10,19
€ 10,19
€ 10,19
€ 10,19
€ 10,19
€ 6,12
€ 2,04Totaal €
1.977,05[appellant 8]:2011
€ 40,16Totaal
€ 40,16[appellant 6]:2008 € 27,12
2011 € 55,60
2015 € 5,24
€ 4,37
€ 4,37
€ 2,51Totaal
€ 99,21[appellant 2]:2009 € 12,50
€ 20,86
€ 16,69
2010 € 1,78
2013 € 1,02
€ 2,04
2014 € 1,53
€ 1,02
2015 € 5,24
€ 5,24
€ 5,24
€ 6,99
€ 1,75
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
2016 € 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 14,34Totaal
€ 911,74[appellanten] :2007 € 45,94
2008 € 168,00
€ 153,69
2009 € 3,14
€ 2,74
€ 5,23
€ 5,23
€ 2,98
€ 1,45
2014 € 17,33
€ 22,71
2015 € 12,23
€ 12,23
2016
€ 75,42Totaal
€ 528,32[appellant 3]:2007 € 467,28
2009 € 3,14
2015 € 5,23
€ 1,05
2016 € 5,24
€ 6,99
€ 12,23
€ 16,31
€ 16,31
€ 12,23
€ 16,31
€ 16,31Totaal
€ 578,63[appellant 5]:2015 € 5,24
€ 3,49
€ 5,24
€ 6,99
€ 6,99
€ 16,31
€ 16,31
€ 16,31
€ 12,23
€ 10,19
€ 4,08
€ 4,08Totaal
€ 107,46
sub f en gzullen worden afgewezen. Bij de vordering
sub htot veroordeling van Transcore van het maken van een inzichtelijke berekening per appellant van hetgeen te weinig is betaald aan salaris gedurende arbeidsongeschiktheid tot de datum van dit arrest hebben [appellanten] c.s. nog slechts beperkt belang. Transcore heeft de gevorderde berekening immers reeds gemaakt over de periode tot en met 31 december 2016. Het hof zal dit onderdeel van de vordering derhalve nog slechts toewijzen voor de periode vanaf 1 januari 2017 tot de datum van dit arrest. Voor het opleggen van een dwangsom acht het hof geen gronden aanwezig. De vordering
sub iis toewijsbaar tot de hierboven berekende bedragen, en zonder de gevorderde dwangsom. De
sub jgevorderde wettelijke verhoging en wettelijke rente zullen worden toegewezen op dezelfde wijze als hierboven vermeld bij het onderwerp “loonvorderingen over de periode vanaf 2012”. De vordering
sub ktot het opleggen van een dwangsom, welke vordering naar het hof begrijpt aansluit bij de vorderingen sub f en g, deelt het lot daarvan en is daarom niet toewijsbaar.
“De overeenkomst wordt aangegaan voor een arbeidsduur van minimaal 31 en maximaal 38,75 uur per week. De werkzaamheden zullen respectievelijk in de containersector en in de overige sectoren in dag, avond en nachtdienst op zowel werk- als zon- en feestdagen in wisselende diensten worden uitgevoerd. Op aanwijzing van de uitzendonderneming zal de uitzendkracht, indien deze niet voor arbeid is ingedeeld, zich beschikbaar houden voor indeling. Partijen verklaren uitdrukkelijk bekend te zijn met piek- en dal vraag in de haven, en beogen met deze min-max clausule uitdrukkelijk op voorhand het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW te weerleggen.”
Transcore heeft van haar kant gewezen op artikel 54 van Pro de ABU-CAO, waarin in lid 1 is vermeld dat voor uitzendkrachten een afwijkend arbeidspatroon overeengekomen kan worden, en in lid 3 dat met de uitzendkracht bij aanvang van de werkzaamheden bij de opdrachtgever de gedurende die werkzaamheden geldende werktijden schriftelijk worden overeengekomen, waarna deze een integraal deel uitmaken van de uitzendovereenkomst. Transcore wijst bovendien op de uitzendovereenkomst, waarin in artikel 1 onder Pro meer is vermeld:
“De overeenkomst wordt aangegaan voor een arbeidsduur van minimaal 31 en maximaal 38,75 uur per week. De werkzaamheden zullen respectievelijk in de containersector en in de overige sectoren in dag, avond en nachtdienst op zowel werk- als zon- en feestdagen in wisselende diensten worden uitgevoerd. Op aanwijzing van de uitzendonderneming zal de uitzendkracht, indien deze niet voor arbeid is ingedeeld, zich beschikbaar houden voor indeling. Partijen verklaren uitdrukkelijk bekend te zijn met piek- en dalvraag in de haven (..)”en in artikel 4 lid Pro 2:
“De werktijden worden dagelijks in overleg met de opdrachtgevers vastgesteld en aan de werknemer meegedeeld.”Transcore stelt dat zij met [appellanten] c.s. conform de ABU-CAO een afwijkende afspraak is overeengekomen, uitgewerkt in de uitzendovereenkomst en in artikel 3-5 van de werkinstructies, waar [appellanten] c.s. mee hebben ingestemd door ondertekening van de uitzendovereenkomst. Transcore is van mening dat zij op die wijze artikel 4:2 ATW Pro volledig naleeft. Het hof overweegt hierover het volgende.
Het hof overweegt dat Transcore als goed werkgever gehouden is om de werkinstructies toe te passen op de juiste wijze. Dit betekent dat [appellanten] c.s., als zij zich voor minimaal 38,75 respectievelijk 28 uur per week beschikbaar hebben gesteld en deze beschikbaarheid voldoet aan de daaraan te stellen eisen, recht hebben op uitbetaling van de 31 respectievelijk 20 garantie-uren. Indien [appellanten] c.s. zich beschikbaar hebben gesteld voor een dienst van 8 uur, maar er blijkt dat er na de eerste taak van 4 uur geen werk meer is, komt dit voor rekening en risico van Transcore in die zin dat de tweede taak van 4 uur als beschikbaarheid blijft gelden. [appellanten] c.s. kunnen, indien zij zich voldoende beschikbaar hebben gesteld en de werkzaamheden waarvoor zij zijn opgeroepen gedurende hun beschikbaarheid niet doorgaan, in beginsel niet gehouden worden om zich op andere tijden opnieuw beschikbaar te stellen voor taken of diensten. Zij kunnen er uiteraard wel zelf voor kiezen om dit toch te doen, om op die manier meer inkomen te verwerven dan voor uitsluitend de 31 garantie-uren.
opnieuw rechtdoende:
aan [appellanten] : een bedrag van € 1.831,70 bruto,;
aan [appellant 3]: een bedrag van € 2.479,53 bruto;
aan [appellant 5]: een bedrag van € 2.723,26 bruto;
aan [appellant 4]: een bedrag van € 1.802,63 bruto;
aan [appellant 6]: een bedrag van € 2.640,24 bruto;
aan [appellant 7]: een bedrag van € 1.085,57 bruto;
aan [appellant 8]: een bedrag van € 2.749,76 bruto;
aan [appellant 2]: een bedrag van € 498,13 bruto ;
aan
[appellant 2]:een bedrag van
€ 1.780,11, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van dit arrest;
[appellant 3]:een bedrag van
€ 1.691,68, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van dit arrest;
[appellanten]: een bedrag van
€ 1.789,70, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van dit arrest;
[appellant 4]:een bedrag van
€ 1.713,26, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van dit arrest;
[appellant 5]:een bedrag van
€ 1.813,90, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van dit arrest;
[appellant 6]:een bedrag van
€ 1.917,25, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van dit arrest;
[appellant 8]:een bedrag van
€ 1.863,70, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van dit arrest;
[appellant 7]:een bedrag ter grootte van het door Transcore berekende bedrag aan belgeld en artikel 33 Matrans Pro-vergoedingen over de periode van 1 januari 2012 tot en met 11 juli 2013, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van dit arrest;
aan
[appellant 4]: een bedrag van
€ 189,68bruto;
aan
[appellant 7]: een bedrag van
€ 1.977,05bruto;
aan
[appellant 8]:een bedrag van
€ 40,16bruto;
aan
[appellant 6]:een bedrag van
€ 99,21bruto;
aan
[appellant 2]:een bedrag van
€ 911,74bruto;
aan
[appellanten] :een bedrag van
€ 528,32bruto;
aan
[appellant 3]:een bedrag van
€ 578,63bruto;
aan
[appellant 5]:een bedrag van
€ 107,46bruto;
werkdag van arbeidsongeschiktheid geldt als wachtdag, ook als de eerste werkdag van arbeidsongeschiktheid een dag in het weekend betreft;
C.J. Frikkee, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juli 2017 in aanwezigheid van de griffier.