ECLI:NL:GHDHA:2017:2078
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Beperking verlenging omgangsondertoezichtstelling minderjarige tot zes maanden
In deze civiele zaak stond de verlenging van een ondertoezichtstelling van een minderjarige centraal. De moeder was in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling tot 5 februari 2018, waarbij zij slechts een verlenging van zes maanden vorderde. De ondertoezichtstelling was primair gericht op het toezicht houden op de omgang tussen de moeder en de minderjarige, die bij de vader woont.
De moeder had een positieve ontwikkeling doorgemaakt en hield zich aan het veiligheidsplan, hoewel zij begin 2017 een terugval had gehad. De gecertificeerde instelling wenste de ondertoezichtstelling met een jaar te verlengen om de moeder langer te kunnen volgen, met het oog op mogelijke terugval in alcoholgebruik. De moeder stelde dat de motivering voor een jaar verlenging onvoldoende was en verwees naar de hoge motiveringseisen van de Hoge Raad bij omgangsondertoezichtstellingen.
Het hof oordeelde dat de moeder haar verslaving onder controle had en dat ouders in staat waren zelfstandig invulling te geven aan de omgang. De gecertificeerde instelling liet hen daarin vrij. Daarmee was niet langer voldaan aan de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling voor een jaar. Het hof vernietigde de bestreden beschikking en beperkte de verlenging tot zes maanden vanaf de datum van de beschikking, 5 juli 2017.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige motivering bij omgangsondertoezichtstellingen en het beschermen van het belang van het kind zonder onnodige inmenging in het gezinsleven.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt beperkt tot zes maanden vanwege de positieve ontwikkeling van de moeder en voldoende omgang zonder toezicht.