Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
BESCHIKKING
[naam verzoekster],
Ik erken dat ik na het nuttigen van alcohol-houdende drank als bestuurster te zijn opgetreden” en “
Mijn alcoholgebruik over de laatste 24 uur bedroeg 5 glazen wijn”.
Gerechtshof Den Haag
Verzoekster werd door de politierechter niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging vanwege een lopende procedure tot verplichte deelname aan het Alcoholslotprogramma (ASP). Zij verzocht vervolgens om vergoeding van kosten rechtsbijstand in verband met zowel de strafzaak als de procedure ex artikel 164 WVW Pro 1994.
De rechtbank kende een gedeeltelijke vergoeding toe, maar verklaarde het verzoek voor kosten in de procedure ex artikel 164 WVW Pro niet-ontvankelijk. Verzoekster ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat kosten in de procedure ex artikel 164 WVW Pro, ongeacht de uitkomst, als kosten in de strafzaak moeten worden beschouwd. Vergoeding daarvan is echter slechts mogelijk indien er gronden van billijkheid zijn. Gezien het alcoholpromillage van 1,72 en de bekennende verklaringen van verzoekster, zijn dergelijke gronden niet aanwezig.
Daarom wijst het hof het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand in de strafzaak af en verklaart verzoekster niet-ontvankelijk voor vergoeding van kosten in de onderhavige procedure. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand af en verklaart verzoekster niet-ontvankelijk voor vergoeding in de procedure.