Uitspraak
[verzoeker] , hierna: ‘verzoeker’,
De procedure
Het verzoek
- € 358,16 ter zake kosten rechtsbijstand;
- PM de forfaitaire vergoeding voor het indienen/behandelen van het
Rechtbank Gelderland
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten rechtsbijstand gemaakt voor het indienen van een klaagschrift tegen de inhouding van zijn rijbewijs. Dit klaagschrift was gegrond verklaard. De rechtbank heeft het verzoek behandeld in een schriftelijke procedure waarbij verzoeker en zijn advocaat niet verschenen.
De officier van justitie stelde dat verzoeker niet-ontvankelijk was omdat de strafzaak nog niet was geëindigd en artikel 530 Sv Pro alleen vergoeding toekent indien de strafzaak is beëindigd zonder straf of maatregel. Verzoeker stelde dat de klaagschriftprocedure ex artikel 164 lid 8 WVW Pro gelijkgesteld kan worden aan procedures waarvoor vergoeding mogelijk is.
De rechtbank overwoog dat het Wetboek van Strafvordering een gesloten stelsel kent voor vergoeding van kosten en dat de klaagschriftprocedure ex artikel 164 lid 8 WVW Pro niet onder de schadevergoedingsregeling valt. Kosten van rechtsbijstand in deze procedure kunnen alleen worden vergoed indien de strafzaak uiteindelijk zonder straf of maatregel eindigt. Omdat dat hier niet het geval was, is verzoeker niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand voor het klaagschrift tegen de inhouding van het rijbewijs.