ECLI:NL:GHDHA:2017:2171
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging ouderlijk gezag wegens instabiele psychische gesteldheid moeder
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam die het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind beëindigde en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemde. De minderjarige verblijft sinds 2013 in een pleeggezin en ontwikkelt zich daar goed. De moeder heeft een geschiedenis van psychiatrische problemen en is meerdere malen met rechterlijke machtiging opgenomen.
De moeder betwistte onder meer het ontbreken van een KSCD-onderzoek en stelde dat de rechtbank onterecht de onschuldpresumptie in haar lopende strafzaak had geschonden. Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht het gezag beëindigde omdat de moeder niet binnen een aanvaardbare termijn de zorg voor het kind kan dragen. Het ontbreken van het KSCD-onderzoek werd verklaard door de omstandigheden rond de moeder, waaronder gedwongen opnamen en moeizame communicatie.
Het hof benadrukte het belang van het perspectief van de minderjarige en de stabiliteit die het pleeggezin biedt. Het verzoek van de moeder tot vernietiging van de beschikking werd afgewezen en de bestreden beschikking werd bekrachtigd. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd.