Uitspraak
Feiten
freefloataan de Duitse beurs genoteerd. [appellant sub 1] werd bestuurder van Flexgroup; [naam 2] werd voorzitter van de raad van commissarissen.
secured term and revolving facility agreementgesloten. Onder meer Beheer en Olympia Uitzendbureau B.V. waren op grond van deze overeenkomst hoofdelijk aansprakelijk tegenover NIBC voor de terugbetaling van het aan Flexgroup verstrekte krediet. Beheer heeft in dat verband ingevolge de overeenkomst van 20 juni 2007 haar aandelen in Flexgroup aan NIBC verpand.
first amendment and restatement agreementhebben gesloten. Daarbij is de kredietfaciliteit uitgebreid tot € 28,5 miljoen. Ingevolge die overeenkomst werden ook Olympia Nederland en Olympia Holding B.V., deze laatste op dat moment de enig aandeelhouder van Beheer, mede hoofdelijk aansprakelijk tegenover NIBC voor de terugbetaling van het aan Flexgroup verstrekte krediet. In de overeenkomst is onder meer bepaald dat Flexgroup een herstelplan voor de onderneming zal opstellen, en het aanvullende krediet zal aflossen voor 31 december 2009.
second amendment and restatement agreementhebben gesloten. De kredietfaciliteit van Flexgroup bedroeg toen € 32 miljoen. De uitbreiding van het krediet was beschikbaar tot 31 augustus 2009. Ingevolge deze overeenkomst zijn de Nederlandse groepsmaatschappijen toegetreden als
acceding borrowersen verkreeg NIBC een pandrecht op onder meer de aandelen in ESC en Olympia Nederland. In de overeenkomst is bepaald dat eind augustus 2009 een herstructureringsplan beschikbaar moest zijn, inclusief additionele financiering, en dat dit plan een
stand alonevoortzetting van de Nederlandse activiteiten moest bevatten.
standstill lettergestuurd, waarin zij Flexgroup een
waiververstrekte tot 31 augustus 2009 vanwege de schending van verplichtingen uit de kredietovereenkomst.
default lettergestuurd. Nadat [appellant sub 1] hierop per brief van 7 juli 2009 had gereageerd, heeft NIBC op 9 juli 2009 Flexgroup de definitieve
default lettergestuurd.
standstill lettergestuurd, in verband met de in de
default lettergenoemde tekortkomingen.
third amendment and restatement agreement(hierna: de third amendment) gesloten, op basis waarvan Flexgroup een extra krediet kreeg van maximaal € 6 miljoen, uit te betalen in tranches. Het krediet was beschikbaar tot 31 oktober 2009. NIBC heeft een aantal voorwaarden gesteld aan de verstrekking van het krediet, waaronder het ontslag van [appellant sub 1] als bestuurder (CEO) van Flexgroup, de benoeming (voor 15 augustus 2009) van een chief restructuring officer (CRO), de omzetting van een lening van [naam 1] op Flexgroup in aandelen (voor 30 oktober 2009) en (voor 1 augustus 2009) “a solution in form and substance satisfactory” voor NIBC, ten aanzien van de verkoop van de activiteiten in Italië en Spanje.
default lettergestuurd aan Flexgroup en daarbij een
waiververstrekt tot 13 november 2009. Op 16 november 2009 heeft NIBC een nieuwe
waiververstrekt, ditmaal tot 20 november 2009.
Het geschil in eerste aanleg
De eiswijziging in hoger beroep
De beoordeling van de grieven
Roland Berger clearly has been far too optimistic on the performance 2009”), en dat een aanvullend krediet van ongeveer € 10 miljoen nodig was. NIBC heeft er desondanks voor gekozen in oktober 2009 (op grond van de third amendment) nog een tranche van € 1,1 miljoen uit te betalen. Vervolgens echter bleek Flexgroup (onder andere) niet in staat om, zoals overeengekomen bij de verstrekking van de aanvullende kredieten, tijdig (dat wil zeggen uiterlijk op 30 oktober 2009) delen van het krediet af te lossen. Daarmee werd, zo is tussen partijen niet in geschil, de hele vordering van NIBC opeisbaar.
NIBCméér krediet ter beschikking zal stellen dan waartoe zij contractueel gehouden is, niet een ondernemersbeslissing van Flexgroup is maar van NIBC. Anders dan [appellant sub 1] c.s. naar voren brengen kan in het onderhavige geval, waarin NIBC al meerdere malen aanvullend krediet ter beschikking heeft gesteld en waarin de onderneming, die al in zwaar weer verkeerde, slechter presteerde dan voorzien, niet zonder meer worden aangenomen dat NIBC gehouden is (tijdelijk) extra krediet te verschaffen. Dat geldt ook voor zover Flexgroup op de lange(re) termijn goede perspectieven heeft en er op dat moment nog voldoende zekerheden beschikbaar ter beschikking staan. Op NIBC, als bank, rust niet een (op de redelijkheid en billijkheid te gronden) verplichting om voor onbepaalde tijd aanvullend krediet van vooraf onbekende omvang te verstrekken.
Nog afgezien van de vraag of dit plan gelet op de door NIBC opgeworpen punten kans van slagen had, voldoet het niet aan de hiervoor gestelde voorwaarde dat op korte termijn een structurele oplossing voorhanden is. Zoals NIBC opmerkt is de genoemde termijn ongeveer zes tot negen maanden langer dan de tijd die beschikbaar is, terwijl ook nog onduidelijk is wie de beoogde nieuwe investeerder is. Niet is uitgewerkt in hoeverre een aanvullend krediet van € 1,5 miljoen voldoende was om de liquiditeitstekorten op te vangen, laat staan hoe in die periode de liquiditeitstekorten (anderszins) opgevangen moesten worden.
senior debt facilityen een
revolving facilityzou verstrekken aan Olympia Nederland. Het commentaar van [appellant sub 1] hierop was dat totdat de herstructurering definitief is de optie moest openblijven dat mogelijke investeerders waarmee [appellant sub 1] in gesprek is de vordering van NIBC op Flexgroup overnemen, en dat (in verband met consolidatie-eisen) het belang van NIBC niet boven 49,9% uitkomt. Dat NIBC uit dit commentaar heeft begrepen dat haar aanbod werd verworpen ligt voor de hand, net als haar veronderstelling dat er geen ruimte was voor nadere onderhandelingen over dit voorstel. Dit tegenvoorstel kan in het kader van de beoordeling dan ook buiten beschouwing blijven.
a solution in form and substance satisfactory” voor NIBC zou zijn ten aanzien van de verkoop van de activiteiten in Italië en Spanje. Bovendien heeft NIBC terecht naar voren gebracht dat een van de aanvullende bepalingen was dat delen van het krediet voor 30 oktober 2009 zouden zijn afgelost. Ook voor zover de eis ten aanzien van de verkoop van de activiteiten in Spanje en Italië derhalve onredelijk en onrealistisch zou zijn waren er andere voorwaarden die niet waren vervuld en die aan de ter beschikking stelling van de laatste tranche van de third amendment in de weg stonden.