ECLI:NL:GHDHA:2017:2444
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid voor brandschade door onvoldoende veiligheidsmaatregelen bij dakwerkzaamheden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of geïntimeerden aansprakelijk waren voor de door brand ontstane schade tijdens dakwerkzaamheden. TVM c.s. voerden aan dat zij uitdrukkelijk hadden gewaarschuwd voor het brandgevaarlijke karakter van de daken en de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen, maar dat geïntimeerden desondanks kozen voor een onveilige herstelwijze.
Getuigenverklaringen bevestigden dat er offertes waren uitgebracht waarin het brandgevaar werd toegelicht en dat waarschuwingen aan geïntimeerden waren gegeven. Hoewel geïntimeerden dit betwistten, vond het hof de verklaringen van de getuigen overtuigend en stelde vast dat geïntimeerden aansprakelijk zijn voor de schade.
Het hof beoordeelde ook de omvang van de schade aan het schip Sandria, waarbij een taxatierapport werd aanvaard ondanks het late tijdstip van ingebracht worden. De schade werd vastgesteld op € 54.400, verdeeld over TVM en [appellant 2], met wettelijke rente. Kosten van proces en bijkomende posten werden deels toegewezen en deels afgewezen.
Het vonnis vernietigde het eerdere vonnis en veroordeelde geïntimeerden hoofdelijk tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten, waarbij het arrest uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard.
Uitkomst: Geïntimeerden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 54.400 schadevergoeding met wettelijke rente en proceskosten aan appellanten.