Deze zaak betreft een hoger beroep van een melkveehouder tegen Achmea Schadeverzekeringen N.V. (Interpolis) over de dekking van schade veroorzaakt door hagel tijdens een storm. De verzekerde had een Bedrijven Compact Polis Agrarisch afgesloten, waarin schade door hagel tijdens storm expliciet is uitgesloten. Op 23 juni 2016 veroorzaakten grote ijsbrokken, vallend uit een supercell, aanzienlijke schade aan de stallen van de verzekerde.
De verzekerde betoogde dat de grote ijsbrokken niet als hagel in de zin van de polisvoorwaarden konden worden aangemerkt, omdat deze niet voldeden aan de omschrijving van 'ijskorrels'. Het hof oordeelde dat de polisvoorwaarden geen onderscheid maken naar vorm of omvang van hagel en dat ook de grote ijsklompen onder het begrip hagel vallen. Dit oordeel werd ondersteund door meteorologisch bewijs.
Daarnaast stelde de verzekerde dat de storm als dominante oorzaak van de schade moest worden gezien, maar het hof verwierp dit omdat de schade door de inslag van hagel is ontstaan, wat volgens de polis is uitgesloten. Ook het beroep op het contra-proferentemiddel faalde omdat de verzekerde als professionele partij handelde en werd bijgestaan door een tussenpersoon.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde de verzekerde in de proceskosten van het hoger beroep.