Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep in principaal en incidenteel appel
Ter beëindiging van deze procedure komen partijen het volgende overeen:
3.Beslissing in principaal en incidenteel appel
‘Daar komt bij dat [appellant] ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als gevolg van (de kwaliteit van) de internetverbinding die op dit moment aan hem wordt geleverd niet in staat is zijn bedrijf te exploiteren.’Weliswaar heeft [appellant] een grief gericht tegen overweging 4.9 (in haar geheel) maar in de toelichting op de grieven gaat hij niet specifiek in op het zojuist aangehaalde deel daaruit. Wel betoogt hij – aan het begin van de memorie van grieven (punt 9 en punt 10) – dat het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vordering en dat tussen partijen niet ter discussie staat dat [appellant] zijn onderneming niet kan exploiteren omdat hij niet beschikt over een betrouwbare internetverbinding op basis waarvan hij zijn dienstverlening aan klanten kan aanbieden, maar daarbij gaat hij voorbij aan de eerder bedoelde betwisting door KPN uit de eerste aanleg en ook aan het aangehaalde citaat uit overweging 4.9 van het vonnis.
nooitstabiel is en of bij KPN/XS4all al dan niet gewerkt wordt volgens het principe van “
best effort.”
‘Op grond van de thans voorhanden is de voorzieningenrechter van oordeel dat beide partijen steken hebben laten vallen en zich onvoldoende constructief hebben opgesteld. In verband hiermee zullen de proceskosten op de gebruikelijke wijze worden gecompenseerd.’Nu de vordering van [appellant] terecht – integraal – is afgewezen en een nadere motivering ontbreekt op welke punten KPN steken heeft laten vallen dan wel zich onvoldoende constructief heeft opgesteld, terwijl dat zonder nadere toelichting niet voor zich spreekt, is deze overweging onvoldoende dragend voor de uitgesproken compensatie van kosten. Voor die compensatie bestaat bij hernieuwde toetsing geen goede grond. Het incidenteel appel van KPN slaagt dan ook en [appellant] zal – als de (merendeels) in het ongelijk gestelde partij alsnog in kosten van de procedure in eerste aanleg worden veroordeeld, evenals, om dezelfde reden, in de kosten van de onderhavige procedure in hoger beroep.