Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 26 september 2017
Woonfonds Zuid-Holland 2 B.V.,
[geïntimeerde],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“binnen 16 dagen na heden”moet betalen, bij gebreke waarvan buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn. Deze in deze brief gestelde termijn (16 dagen na datering van de brief) voldoet niet aan het vereiste dat de ontvanger van de aanmaning een termijn moet worden gegund van veertien dagen, aanvangend de dag na ontvangst van de brief. Ook de later gestuurde brief van 27 oktober 2016 voldoet niet. In die brief wordt [geïntimeerde] aangemaand om later vervallen huurtermijnen volledig te betalen. De aanmaning vermeldt:
“Wij stellen u in de gelegenheid dit bedrag van € 832,07 inzake inmiddels vervallen huurtermijnen binnen veertien dagen na heden te voldoen. Deze termijn vangt aan twee dagen na dagtekening van deze brief. Indien u binnen voormelde termijn niet tot betaling overgaat, zullen de reeds vervallen incassokosten verhoogd worden (…) met een bedrag van € 124,81 (…)”. Het hof is van oordeel dat ook deze formulering niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Het feit dat de hiervoor genoemde brieven dateren van vóór de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016 maakt niet dat deze brieven niet aan de wettelijke eisen, zoals door de Hoge Raad verduidelijkt, hoefden te voldoen. Ook voordien was dit immers al geldend recht, waaraan Woonfonds en de deurwaarder die voor haar handelde zich dienden te houden. De conclusie is dat geen buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn. Dat de eerstdienende dag in eerste aanleg 24 november 2016 was, zoals Woonfonds ook nog heeft aangevoerd, maakt het voorgaande niet anders. Grief 3 faalt.