Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het geding
2.De beoordeling
beheer van eigen vermogen”.
Mantelovereenkomst Full Service Leasing: 92008” gesloten, waarin de voorwaarden voor het in lease geven van een auto door DLM aan EU zijn bepaald. DLM en EU hebben vervolgens een leaseovereenkomst gesloten voor de duur van 36 maanden met betrekking tot de auto van het merk
Audi, type A7 Sportback(hierna: de leaseovereenkomst respectievelijk de leaseauto)
.Tussen de contractspartijen had alleen schriftelijk contact plaatsgevonden via de autodealer Holland Car Company, waar [geïntimeerde] deze auto had gezien.
teveel gereden kilometers”.
Beklamel-norm (HR 6 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB9521) en stelt dat [geïntimeerde] (a) bij het aangaan van de leaseovereenkomst met EU in 2011, en (b) later opnieuw bij het doen van betalingstoezeggingen in april 2013 rondom het faillissement van Mobiliteit, wist dat EU niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden. Deze
Beklamel-norm houdt in de kern de eis in dat de bestuurder bij het aangaan van de verbintenis wist of behoorde te begrijpen dat de schuldeiser van de vennootschap als gevolg van zijn handelen schade zou lijden.
nadere overeenkomst” als bedoeld in het arrest
Zandvliet/ING(HR 26 maart 2010, ECLI:NL:HR:BK9654), faalt. [geïntimeerde] heeft weersproken dat hij in de periode van mei, juni tot en met 12 juli 2013 op enig moment wist of behoorde te weten dat EU haar verplichtingen niet zou nakomen. Uit de door DLM overgelegde e-mailcorrespondentie met de advocaat van DLM volgt weliswaar dat begin juli 2013 nog met [geïntimeerde] is gesproken over een betalingsregeling voor de na april 2013 vervallen leasetermijnen (de overige verplichtingen van DLM en EU uit de leaseovereenkomst waren kennelijk geen onderwerp van overleg), maar het hof ziet hierin geen “nadere overeenkomst” die door de enkele betalingsonwil van de kant van [geïntimeerde] niet is nagekomen. Dat er anderszins sprake was van betalingsonwil aan de zijde van EU is gesteld noch gebleken. Voorts vinden de overeengekomen leasetermijnen hun grondslag in de reeds bestaande leaseovereenkomst. De vergelijking met de casus in de zaak van het hof Den Haag van 25 november 2014 (ECLI:NL:GHDHA:2014:4441) gaat dan ook niet op.
Ontvanger/Roelofsen). Van een dergelijk ernstig verwijt zal in ieder geval sprake kunnen zijn als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Er kunnen zich echter ook andere omstandigheden voordoen op grond waarvan een ernstig persoonlijk verwijt kan worden aangenomen, bijvoorbeeld bij het bewust bewerkstelligen van een toestand die de betaling van een schuld verhindert, zoals het leeghalen van een vennootschap of de overdracht van activa en het doorverkopen van goederen buiten de normale bedrijfsvoering om. De schadelijke gevolgen van het handelen moeten hierbij objectief voorzienbaar zijn voor de bestuurder.
management fees, personeel, huur en kantoorkosten. Die inkomstenbron stagneerde door het faillissement van Mobiliteit op 7 mei 2013. [geïntimeerde] heeft de juistheid van deze door DLM gepresenteerde cijfers van EU, die allen zijn gebaseerd op de overgelegde grootboekadministraties, niet gemotiveerd weersproken. Het hof gaat dan ook van deze cijfers uit.