Uitspraak
- op 12 juni 2017 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen;
- op 15 juni 2017 een brief van diezelfde datum met bijbehorend V-formulier met bijlagen.
- primair: beide minderjarigen per direct hun hoofdverblijfplaats bij de man hebben, dan wel bij de vrouw, onder voorwaarde dat de vrouw toezegt binnen drie maanden na dagtekening van dit verzoek met de minderjarigen te verhuizen naar de [regio] (op redelijke afstand van de [naam school 1] te [plaats 2] of een andere school in de regio die door beide ouders akkoord wordt bevonden) en hieraan ook uitvoering geeft en de minderjarige [minderjarige 1] per de datum van de verhuizing, althans vóór een zodanige datum die het hof juist acht, inschrijft bij en overbrengt naar de [naam school 1] te [plaats 2] , dan wel een andere in overleg en met instemming van de man uit te kiezen school in de regio, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag ten aanzien van de genoemde termijn van drie maanden dan wel de termijn / datum die het hof juist acht;
- subsidiair: de vrouw gehouden is [minderjarige 1] zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een maand na de te wijzen beschikking, in te schrijven en over te brengen naar de [naam school 2] te [plaats 3] , althans voor een zodanige datum als het hof juist acht, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag ten aanzien van de te bepalen datum en ten aanzien van het inschrijven bij en overbrengen naar de genoemde school als ook ten aanzien van de inschrijving op genoemde school vervangende toestemming te verlenen voor het geval de vrouw weigert medewerking te verlenen;
- indien het hof beslist dat de minderjarigen niet hun hoofdverblijfplaats bij de man hebben en zij niet bij hem wonen, een zorgregeling geldt waarbij de minderjarigen bij de man zijn:
- Primair: vast te stellen en de vrouw te veroordelen tot het bedrag dat de vrouw aan de man moet betalen vanwege overbedeling dan wel verrekening, er vanuit gaande dat de man alle schulden, met uitzondering van de schuld bij de [bedrijf] ten name van de vrouw, voor zijn rekening neemt en de vrouw zal vrijwaren ter zake, naar de mening van de man primair € 30.494,15 en p.m. (50% saldo bankrekening vrouw) en subsidiair € 22.574,- en p.m. (50% saldo bankrekening vrouw);
- Subsidiair: wanneer het hof van oordeel is dat schulden niet kunnen worden verdeeld, het bedrag dat de man aan de vrouw wegens overbedeling moet betalen te bepalen op € 5.350,- ter zake de auto, waarop in mindering komt 50% van het saldo-bedrag van de bankrekening ten name van de vrouw en voorts te bepalen dat deze vordering niet opeisbaar is maar mag worden verrekend door de man met betalingen door hem op de schulden van partijen;
- te bepalen dat in de onderlinge verhouding voor rekening van ieder der partijen voor 50% komen de navolgende schulden voor de navolgende bedragen:
- schuld [bedrijf] ten name van de man € 48.803,85;
- schuld [bedrijf] ten name van de man € 1.340,72;
- schuld [naam 2] € 882,03;
- verkeersboete € 1.405,10;
- krediet [bank 1] € 6.911,03;
- schuld [bank 2] primair € 79.190,83, subsidiair € 63.360,50;
- schuld [bedrijf] ten name van de vrouw, nader te bepalen nadat door de vrouw bewijs is overgelegd van de hoogte van de schuld per peildatum;
- de vrouw te veroordelen:
- nadat door de man een bedrag van € 5.350,- althans een zodanig bedrag als het hof juist acht, op de schulden is voldaan, binnen 5 dagen nadat de man de vrouw (periodiek) bewijs heeft overgelegd van de betalingen door hem op de huwelijkse schulden, aan de man 50% van het door de man betaalde bedrag te betalen;
- voor zover het hof de verzoeken van de man ten aanzien van de minderjarigen inhoudelijk behandelt, te bepalen dat de minderjarigen om het weekend van vrijdag 17:35 uur te [plaats 5] Centraal station tot en met zondag 17:30 te [woonplaats 2] Centraal Station bij de man verblijven, waarbij de vrouw de minderjarigen naar [plaats 5] brengt en de man de minderjarigen naar [woonplaats 2] terugbrengt,
- voor zover het hof de verzoeken van de man ten aanzien van de minderjarigen inhoudelijk behandelt, te bepalen dat de minderjarigen in de vakanties en feestdagen als volgt bij partijen verblijven:
- Februari/krokusvakantie: bij de vrouw;
- Pasen 2017 bij de man en vervolgens in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man;
- Meivakantie: eerste helft bij de man en tweede helft bij de vrouw;
- Pinksteren 2017 bij de man en vervolgens in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man;
- Zomervakantie: week 2, 3 en 5 bij de man, week 1,4 en 6 bij de vrouw;
- Herfstvakantie: bij de vrouw;
- Kerstvakantie: eerste week in 2017 bij de vrouw, tweede week 2017 (oud en nieuw) bij de man, en vervolgens in de even jaren de eerste week bij de man, tweede week bij de vrouw en in de oneven jaren de eerste week bij de vrouw en de tweede week bij de man;
- tevens te bepalen dat de overdracht tijdens de vakanties van een hele week of langer op zaterdag plaatsvindt, waarbij de overdracht locaties en tijden van de omgangsweekenden worden aangehouden;
- tevens te bepalen dat de omgangsweekenden in de vakanties vallen, maar dat de omgangweekenden wel worden doorgeteld, als zouden zij tijdens de vakantie plaatsvinden;
- te verklaren voor recht dat de volgende activa en passiva tot de huwelijksgoederengemeenschap horen:
- [bedrijf] schuld vrouw;
- [bedrijf] schuld man;
- [merk] , kenteken [kenteken] , met een waarde van € 10.700,-;
- [bank 1] rekening courant krediet van de man met nummer [rekeningnummer 4] ;
- [bank 1] rekening met nummer [rekeningnummer 1] van de man nader te bepalen nadat door de man bewijs is overgelegd waaruit de hoogte van het saldo op de peildatum blijkt;
- [bank 2] rekening van de man met nummer [rekeningnummer 3] , waarvan het saldo op 21 september 2015 bedroeg: € 18.247,22;
- [bank 3] rekening van de vrouw met nummer [rekeningnummer 2] , nader te bepalen door de vrouw;
- [bank 2] lening van de man;
- Geldleningsovereenkomst tussen de vader van de vrouw en de vrouw;
- Te bepalen dat de man de helft van de tot de huwelijksgoederengemeenschap horende activa aan de vrouw dient uit te betalen, te weten: € 9.123,72 (banksaldo man) plus € 5.350,- (auto),
- voor zover het hof de verzoeken van de man omtrent de minderjarigen niet afwijst en inhoudelijk beoordeelt, te verklaren voor recht dan wel te bepalen dat de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw in [woonplaats 2] hebben;
- voor zover het hof de verzoeken van de man omtrent de minderjarigen niet afwijst en inhoudelijk beoordeelt, te verklaren voor recht dat de minderjarige [minderjarige 1] niet van school wisselt;
- voor zover het hof de verzoeken van de man omtrent de minderjarigen niet afwijst en inhoudelijk beoordeelt, te bepalen dat de minderjarigen om het weekend van vrijdagmiddag na school tot en met zondagmiddag 15:00 uur bij de man verblijven, waarbij de man de minderjarigen op vrijdag na school in [woonplaats 2] ophaalt en de vrouw de minderjarigen op zondag op station [plaats 5] ophaalt;
- voor zover het hof de verzoeken van de man omtrent de minderjarigen niet afwijst en inhoudelijk beoordeelt, te bepalen dat de vakantie- en feestdagen als volgt tussen partijen worden verdeeld:
Hoofdverblijfplaats minderjarigen
Zorgregeling
Schoolkeuze minderjarigen
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap
- De schuld bij [bedrijf] van de vrouw;
- De schuld bij [bedrijf] van de man;
- [merk] , kenteken [kenteken] ;
- De bankrekening van de man bij [bedrijf] met nummer [rekeningnummer 4] waarvan het saldo op de peildatum bedroeg € 6.911,03 debet;
- De bankrekening van de man bij [bedrijf] met nummer [rekeningnummer 1] , waarvan het saldo nader te bepalen is. De man stelt in zijn “akte in het geding brengen webformulier verdelen en verrekenen en aanvullende producties” in eerste aanleg dat deze bankrekening aan [minderjarige 1] toekomt. De vrouw is het hier niet mee eens, tenzij de rekening wordt omgezet in een gezamenlijke rekening van partijen voor beide kinderen. Ook valt deze rekening binnen de gemeenschap en de man dient op de peildatum de waarde van de rekening bekend te maken;
- De bankrekening van de man bij de [bank 2] met nummer [rekeningnummer 3] , waarvan het saldo op de peildatum € 18.247,22 bedroeg;
- De bankrekening van de vrouw bij de [bank 3] met nummer [rekeningnummer 2] , waarvan het saldo op de peildatum is opgevraagd bij de bank;
- De lening van de man bij de [bank 2] , waarvan de omvang nog nader bepaald dient te worden nadat door de man bewijs van de hoogte van de schuld op de peildatum is overgelegd;
- De geldleningsovereenkomst tussen de vader van de vrouw en de vrouw ter hoogte van € 3.000,-.