Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
- een journaalbericht van 22 december 2016, ingekomen op diezelfde datum, met bijlage;
- een journaalbericht van 28 december 2016, ingekomen op diezelfde datum, met bijlage;
- een journaalbericht van 7 juni 2017, ingekomen op 8 juni 2017 met bijlagen;
- een journaalbericht van 7 juni 2017, ingekomen op 9 juni 2017 met bijlagen;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
- na te noemen minderjarige de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vrouw;
- de man, met ingang van de dag waarop de beschikking van echtscheiding zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige aan de vrouw zal betalen een bedrag van € 2.225,00 per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- dat de man met ingang van de dag dat de beschikking van echtscheiding zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, gedurende een periode van vijf jaren, aan de vrouw tot haar levensonderhoud zal uitkeren een bedrag van € 4.875,00 per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
- partijen hebben de Nederlandse nationaliteit;
- partijen zijn gehuwd op [trouwdatum] te [plaats] ;
- zij zijn de ouders van:
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij de vrouw;
- de rechtbank Rotterdam heeft op 20 oktober 2015 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover thans van belang inhoudende toevertrouwing van de beide kinderen van partijen aan de vrouw, een door de man per 1 juli 2015 te betalen kinderalimentatie van € 725,00 per maand per kind vermeerderd met de schoolkosten van [minderjarige 2] en een door de man per 1 juli 2015 te betalen partneralimentatie van € 5.000,00 bruto per maand.
- de door de man te betalen uitkering tot levensonderhoud voor de vrouw (hierna ook: de partneralimentatie);
- de door de man te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige 2] (hierna ook: de kinderalimentatie).
Kinderalimentatie [minderjarige 2]
Partneralimentatie
Public transit, taxis
€ 500,- per maand bedraagt. De man heeft gemotiveerd gesteld dat partijen veelal verbleven in het vakantiehuisje in [plaats] en dat de vrouw vaak mee ging met de werkgerelateerde reizen, waardoor de kosten van de vakanties laag waren. Het hof acht het dan ook redelijk om rekening te houden met een bedrag van € 500,- per maand aan vakantiekosten.
€ 1.107,- per maand.
Behoeftigheid
Draagkracht man
Nihilstelling/limitering
27 september 2017.