Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [plaats] , Canada,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
- i) Partijen zijn gehuwd op 22 september 1995 te Rotterdam.
- ii) Bij beschikking van 29 september 2016 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Deze beschikking is op 10 februari 2017 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
De onderdelen klagen dat de verwachting van het hof dat de vrouw (zich zal inspannen haar inkomen de komende drie jaren op een zodanig niveau te brengen dat zij daardoor) binnen drie jaren in haar eigen behoefte zal kunnen voorzien, zonder nadere motivering onbegrijpelijk is. Onderdeel 2.7 wijst er in dit verband onder meer op dat de vrouw heeft aangevoerd, en de man niet heeft betwist, dat het hoogste bruto jaarsalaris dat de vrouw heeft genoten voor het vertrek van partijen naar Canada ongeveer € 100.000,-- bruto heeft bedragen.
4.Beslissing
30 november 2018.