ECLI:NL:GHDHA:2017:3030
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- I. Obbink-Reijngoud
- J.A. Kempen
- A.J. van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn bij beëindiging gezamenlijk gezag minderjarige
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die het gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind beëindigde en het gezag aan de vrouw toekende. De man betoogde dat hij niet tijdig op de hoogte was gesteld van de beschikking en daarom niet tijdig hoger beroep kon instellen.
Het hof onderzocht de verzending en betekening van de oproepingen en de beschikking. Hoewel de man stelde dat hij de oproepen en beschikking niet had ontvangen, bleek dat de rechtbank de oproepen en beschikking op het bekende adres had verzonden, waaronder aangetekend via DHL. De man had geen contact gezocht om zich te informeren over de procedure.
Op grond van vaste jurisprudentie moet de beroepstermijn worden verlengd indien de beschikking niet tijdig is ontvangen door een niet aan de partij toe te rekenen fout. De man werd bekend met de beschikking op 16 augustus 2016, maar stelde het hoger beroep pas op 11 november 2016 in, wat buiten de verlengde termijn viel. Daarom verklaarde het hof hem niet-ontvankelijk. Tevens overwoog het hof dat het belang van de minderjarige bij een enkel gezag aan de vrouw was geboden vanwege het ontbreken van communicatie en betrokkenheid van de man.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.