Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- op 30 juni 2017 een V-formulier van 29 juni 2017 met bijlagen;
- op 11 juli 2017 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen.
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak staat de hoogte van de kinderalimentatie centraal na het ontslag van de vader per 1 september 2013. De vader heeft sindsdien een WW-uitkering ontvangen en zijn inkomen is aanzienlijk gedaald. Hij ontving een ontslagvergoeding die hij heeft gestort in een stamrecht BV om een eigen onderneming op te zetten.
De moeder vordert dat de vader zijn alimentatieverplichting volledig nakomt, terwijl de vader een lagere bijdrage wenst toe te kennen vanwege zijn gewijzigde financiële situatie. Het hof stelt vast dat de vader geen verwijt valt te maken omtrent het ontslag en dat hij vergeefs heeft gesolliciteerd. De behoefte van de minderjarige kinderen is vastgesteld op circa €617 per maand per kind.
Het hof oordeelt dat de vader redelijkerwijs een deel van zijn ontslagvergoeding en spaargeld had moeten reserveren voor kinderalimentatie. Gezien zijn huidige financiële situatie en het feit dat hij nog geen inkomen uit zijn onderneming ontvangt, bepaalt het hof de alimentatie op €200 per maand per kind vanaf 1 september 2015. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €200 per maand per kind vanaf 1 september 2015.