Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
een of meertijdstippen in
of omstreeksde periode van 27 juni 2016 tot en met 21 november 2016 te Schiedam en/of Rotterdam,
althans in Nederland meermalen,telkens,
of anderen,
althans alleen,met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen
12, althans een (grote) hoeveelheidfietsen,
in elk geval enig goed, geheel of ten deletoebehorende aan
en/of
en/of
en/of
en/of
en/of
en/of
en/of
en/of
en/of
en/of
en/of
, en/of zijn mededader(s),die weg te nemen fietsen onder zijn
/hunbereik had
(den)gebracht door middel van braak en/of verbreking;
(op een of meer tijdstippen)in
of omstreeksde periode van
20 oktober2016 tot en met 21 oktober 2016 te Rotterdam,
althans in Nederland, meermalen, telkens,met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening
(uit een Opel Astra met kenteken [x] en/ofuit een Mercedes met kenteken [x]
)heeft weggenomen
een jas en/of werkschoenen en/of een navigatiesysteem/module, in elk gevalenig goed,
geheel of ten deletoebehorende aan
[benadeelde partij 16] en/of [benadeelde partij 17], in elk geval aaneen ander of anderen dan aan hem, verdachte
, zulks nadat hij, verdachte, die weg te nemen goederen onder zijn bereik had gebracht door middel van braak en/of verbreking;
of omstreeks01 september 2016 te Schiedam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een fiets (merk Gazelle),
geheel of ten deletoebehorende aan [benadeelde partij 19]
en/of [benadeelde partij 20],
in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffenen
/ofdie
/datweg te nemen fiets onder zijn bereik te brengen door middel van braak/verbreking
, het slot van voornoemde fiets heeft geforceerd, het slot van voornoemde fiets heeft
getracht te forcerenterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
2 primair: diefstal;
BESLISSING
2 (twee) jaren.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
€ 558,95 (vijfhonderdachtenvijftig euro en vijfennegentig cent) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 558,95 (vijfhonderdachtenvijftig euro en vijfennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade,bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
11 (elf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 2.000,00 (tweeduizend euro) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 2.000,00 (tweeduizend euro) als vergoeding voor materiële schade,bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7]
€ 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade,bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
11 (elf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 11]
€ 1.200,00 (duizend tweehonderd euro) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 1.200,00 (duizend tweehonderd euro) als vergoeding voor materiële schade,bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 15]
€ 172,95 (honderdtweeënzeventig euro en vijfennegentig cent) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 172,95 (honderdtweeënzeventig euro en vijfennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade,bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.