Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking d.d. 21 maart 2017
DE NEDERLANDSE ENERGIE MAATSCHAPPIJ B.V.,
NEDERLANDSE INTERNET MAATSCHAPPIJ B.V.,
De procedure
Beoordeling van het verzoek
Klasse 38: Telecommunicatie.
Klasse 42: Wetenschappelijke en technologische diensten, alsmede bijbehorende onderzoeks- en ontwerpdiensten; dienstverlening op het gebied van industriële analyse en industrieel onderzoek; ontwerpen en ontwikkelen van computers en van software.
“1. De deposant of houder van een ouder merk kan (…) schriftelijk oppositie instellen bij het Bureau tegen een merk dat:a. in rangorde na het zijne komt, overeenkomstig de bepalingen in artikel 2.3, sub a en b, (…)”.
“Bij de beoordeling van de rangorde van het depot wordt rekening gehouden met de op het tijdstip van het depot bestaande en ten tijde van het geding gehandhaafde rechten op:(…)
in het algemeenworden aangeboden en de gevolgen daarvan voor de perceptie en het aandachtniveau van het publiek (zie ro. 56 van laatstgenoemd arrest).
verwarringsgevaarindien het enige overeenstemmende element van merk en teken beschrijvend of gebruikelijk is en de overige elementen van merk en teken niet overeenstemmen
in zijn geheeleen (zeer) groot onderscheidend vermogen heeft. Dat een groot deel van het publiek
de naamNederlandse Energie Maatschappij kent, acht het hof onvoldoende om aan te nemen dat door het gebruik van het teken Nederlandse Internet Maatschappij bij het publiek verwarring kan ontstaan. De woorden Nederlandse en Maatschappij zijn immers, ook in combinatie, zo algemeen en zo gebruikelijk als aanduiding voor een Nederlandse aanbieder van waren en/of diensten dat zij door het publiek in beginsel, behoudens zeer bijzondere omstandigheden waaromtrent niets is gesteld, niet als herkomstaanduiding zullen worden opgevat en aldus door het enkele overeenstemmend gebruik in teken en merk van die woorden(combinatie) bij het publiek geen verwarring kan ontstaan, zeker wanneer die woorden(combinatie) word(en)t gecombineerd met een in teken en merk afwijkende aanduiding of naam. Net zomin als bij het publiek door het enkele gebruik van het woord winkel in een teken en/of merk verwarring kan ontstaan (het publiek zal niet door het gebruik van het woord winkel denken dat de waren van de spijkerbroekenwinkel afkomstig zijn van de parfumwinkel of een daarmee gelieerde onderneming), zal het publiek denken dat de waren van Nederlandse Maatschappij X afkomstig zijn van Nederlandse Maatschappij Y of een daarmee gelieerde onderneming. NIM heeft onbetwist gesteld dat deze woordencombinatie op dezelfde wijze door vele (bekende) bedrijven, zoals de Nederlandse Aardolie maatschappij, de Nederlandse Participatie maatschappij en de Nederlandse Handel Maatschappij, wordt gebruikt. Bovendien wordt het totaalbeeld van het teken en merk 2 meer bepaald door het beeldelement dan door het woordelement.
de naamNederlandse Energie Maatschappij in die periode een spontane bekendheid had van 18 tot 20% en een geholpen bekendheid van 61 tot 63%. Nog daargelaten dat, zoals ook door NIM wordt aangevoerd, tegen het trekken van conclusies uit geholpen bekendheid de nodige (ernstige) bezwaren zijn in te brengen, valt uit dit onderzoek niet af te leiden dat en welk percentage van het publiek bekend was met
merk 2. Dat stelt NLE ook niet. Dat een groot deel van het publiek
de naamNederlandse Energie Maatschappij (her)kent, acht het hof, zoals hiervoor in rechtsoverweging 19 al overwogen, onvoldoende om verwarringsgevaar tussen het teken en
merk 2aan te nemen. De updates acht het hof dan ook onvoldoende om aan te nemen dat op de relevante datum sprake was van een groot onderscheidend vermogen van
merk 2.