Conclusie
a. in rangorde na het zijne komt, overeenkomstig de bepalingen in artikel 2.3, sub a en b, (…)”.
(…)
in confessois nu opposant hieromtrent geen argumenten aanvoert.
“een zuivelproduct, bereid uit het dik (wrongel) van gestremde melk, in kleur en substantie variërend naar bereidingswijze, mate van rijpheid e.d.”. [4] Voor waren zoals kaas en melk- en zuivelproducten beschrijft het dus de soort van de waren in kwestie. Dit element heeft een duidelijke, en ten opzichte van de betreffende waren concrete en beschrijvende betekenis. Hierbij is van belang op te merken dat het publiek over het algemeen het beschrijvende bestanddeel van een samengesteld merk niet als het onderscheidende en dominerende bestanddeel van de door dit merk gewekte totaalindruk zal ervaren (GEU, Budmen, T-129/01, 3 juli 2003).
“(Germ. myth.) witte wijven of wieven, luchtgeesten, vaak als boosaardig beschouwd, ook als wijze vrouwen, bewoonsters van holen en andere schuilhoeken, die zij nu en dan verlaten om geluk, ongeluk of toekomstige gebeurtenissen te voorspellen en aanwijzingen te geven waar zich ontvreemde of verloren goederen bevinden, witte juffers”(zie ook bijlage 5 van opposant). [6] Het Bureau overweegt op grond van het voorgaande dat deze elementen uit merk en teken, in tegenstelling tot wat opposant meent (zie punt 16), een verschillende begripsinhoud hebben. Waar HEKS verwijst naar een persoon aan wie toverkracht wordt toegedicht, verwijst de term WITTE WIEVEN naar geestverschijningen. Dat witte wieven mogelijks met heksen in verband kunnen gebracht worden, zoals opposant aangeeft (zie punt 16), betekent nog niet dat witte wieven heksen zijn en dus dat zij begripsmatig eenzelfde betekenis hebben. Dit wordt immers uitdrukkelijk tegengesproken door de vaststaande precieze betekenis van beide elementen zoals deze blijkt uit het woordenboek. Bovendien oordeelt het Bureau nog dat wie het begrip ‘witte wieven’ kent zal weten dat het niet om heksen gaat en wie het niet kent zal aan het begrip ook geen betekenis toekennen. In relatie tot de waren in de klassen 29 en 30 hebben de elementen HEKSEN en WITTE WIEVEN, in tegenstelling tot het element KAAS, geen betekenis. Dit maakt dat het dominante element van het ingeroepen recht het element HEKSEN is; het dominante woordelement van het betwiste teken is het element WITTE WIEVEN.
gehelerelevante publiek op de hoogte is van de betekenis van de in merk en teken gebruikte aanduidingen. Het volstaat dat een substantieel deel van het publiek bekend is met de overeenstemmende betekenissen. Dat een deel van het publiek die betekenis mogelijk niet kent, laat dus onverlet dat sprake kan zijn van begripsmatige overeenstemming. Als FFF heeft bedoeld te bestrijden dat een substantieel deel van het relevante publiek bekend is met de betekenis van het begrip ‘witte wieven’, moet die betwisting als onvoldoende onderbouwd worden verworpen in het licht van de stukken waarop Levola haar stelling over de betekenis van het begrip ‘witte wieven’ baseert, mede in aanmerking nemende dat de gemiddeld geïnformeerde omzichtige gewone consument, behoudens bijzondere omstandigheden, waaromtrent niets is gesteld, een betekenis zal hechten aan tot het normale taalgebruik behorende aanduidingen. Daar komt bij dat Levola heeft aangevoerd dat ook als iemand niet bekend is met de bovennatuurlijke, magische kenmerken die de witte wieven in volksverhalen bezitten, die persoon op zijn minst zal weten dat de term ‘witte wieven’ verwijst naar fictieve vrouwelijke wezens en dat die term een negatieve connotatie heeft, en dat zowel merk en teken – als geheel beschouwd – dus zullen worden begrepen als een kaas die is gemaakt van, voor en/of door een fictief vrouwelijk wezen met een negatieve connotatie. Ook in dat opzicht is sprake van een begripsmatige overeenstemming. Dat heeft FFF niet gemotiveerd weersproken.
geregistreerddoet daar niet aan af.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
rechtstreeksevergelijking heeft gemaakt tussen merk en teken (
subonderdeel I.1);
matevan de geconstateerde overeenstemming vast te stellen (
subonderdeel I.2);
subonderdeel I.3);
subonderdeel 1.4).
Opposition Guidelines [9] opgesteld, die door het EUIPO - het Europese Bureau - worden gehanteerd bij de beoordeling van overeenstemming en verwarringsgevaar. Ook de
Guidelineskomen bij de inhoudelijke behandeling voor zover van belang aan de orde.
bijzonderecategorie waartoe heksen en witte wieven behoren en niet van een
algemenecategorie, in welk geval de begripsmatige overeenstemming niet relevant wordt geacht [12] .
Opposition Guidelines, Part C (Opposition), p. 57 (versie 01/10/2017):
grouped under a common generic termby no means constitutes a case of conceptual similarity. For example, in the case of ‘Jaguar’ v ‘Elephant’, the fact that both are animals would not lead to a finding of conceptual similarity because the public is not likely to make a conceptual link between the two words. In fact, because the words refer to different animals, they should be considered conceptually dissimilar.”
identiekzijn, omdat het hof deduceert dat witte wieven een soort heksen zijn. Het hof overweegt immers:
ookwitte wieven door een deel van het publiek worden gezien als veelal geïsoleerd levende vrouwelijke magische wezen met veelal kwaadaardige bedoelingen, die angst in boezemen
en daarmee als een soort heksen.” (onderstreping A-G)
Opposition Guidelines staat over hoe begripsmatige overeenstemming dient te worden vastgesteld (in wezen de lijn uit HvJEU 12 januari 2006:ECLI:EU:C:2006:25, C-361/04 P
Picasso/Picarovolgend):
3.4.4 How to make a conceptual comparison
identical.
similar.
dissimilar/not similar.
not conceptually similar.
not similar’ encompasses two scenarios, namely, when both signs have a concept albeit distinct or when only one of them has a concept. However the term ‘
dissimilar’ is reserved only for the case where both signs have a concept albeit distinct.
comparison is not possible(judgment of 13/05/2015, T-169/14, Koragel / CHORAGON, EU:T:2015:280, § 68- 69). The conceptual aspect does not influence the assessment of the similarity of the signs.
bekendis met het begrip “witte wieven”. FFF voert in haar verzoekschrift onder 30 volgens mij terecht aan dat de door Levola overgelegde stukken alleen zien op de
betekenisvan “witte wieven” en niet op de verspreiding of bekendheid van het begrip [16] .
Opposition Guidelines, Part C (Opposition), p. 57 (versie 01/10/2017)
not conceptually similar.”
Picasso/Picaro-zaak [20] . Wil het onder 2.18 geformuleerde beroep van FFF op deze leer slagen dan dient er sprake te zijn van zodanige verschillen op auditief en visueel vlak dat deze verschillen gelijkenis op begripsmatig vlak kunnen compenseren. Het hof heeft echter in rov. 14 vastgesteld dat er sprake is van een geringe mate van visuele en auditieve overeenstemming, tegen welk oordeel in cassatie niet is opgekomen. In dit oordeel van het hof ligt naar ik meen besloten dat de door FFF gestelde grote verschillen op auditief en visueel vlak niet zodanig zijn dat zij bestaande overeenstemming kunnen compenseren. Een beroep op de compensatie-leer kan daarom niet slagen.