Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 14 november 2017
de rechtspersoon naar Duits recht Melisa Internationales Reitzentrum GmbH,
1. [X Holding B.V.] ,
2. [Beheermaatschappij X B.V.] ,
3. [geïntimeerde sub 3] ,
4. [geïntimeerde sub 4] ,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
4 oktober 2011 houdt voor zover relevant het volgende in:
- een verklaring voor recht dat zij de koopovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden;
- hoofdelijke veroordeling van Hazelaar en geïntimeerden tot betaling van € 320.000;
- hoofdelijke veroordeling van Hazelaar en geïntimeerden tot betaling van € 36.212,54,
- alles met rente en proceskosten.
- primair: een verklaring voor recht dat de bestuurder onrechtmatig jegens Melisa heeft gehandeld, nu hij bij het aangaan van de koopovereenkomst met betrekking tot het paard Parcona wist of behoorde te weten dat het paard was geneurectomeerd;
- subsidiair: een verklaring voor recht dat de bestuurder ten opzichte van Melisa onrechtmatig heeft gehandeld omdat (i) hij, in het geval dat Hazelaar nog over vermogen beschikt om haar verplichtingen uit het vonnis van 10 juni 2015 na te komen, nalaat dit vermogen daartoe aan te wenden ofwel (ii) hij als bestuurder vermogen aan Hazelaar heeft onttrokken en aldus heeft bewerkstelligd dat dit vermogen niet meer voor verhaal door Melisa ter beschikking staat, in beide gevallen terwijl hij wist of behoorde te weten dat dit tot gevolg zou hebben dat Hazelaar haar verplichtingen niet zou nakomen en haar vermogen daarvoor ook geen verhaal zou bieden;
Beklamel)en (ii) als de bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar betalingsverplichting niet nakomt (frustratie van verhaal). In een dergelijk geval is vereist dat de bestuurder persoonlijk een (voldoende) ernstig verwijt kan worden gemaakt (zie name HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758
Ontvanger/Roelofsen).
Van Waning/Van der Vliet). Meer in het bijzonder had van [geïntimeerde sub 3] verwacht mogen worden dat hij nader zou hebben uitgelegd waaraan de koopsom voor Parcona is besteed of welke ontwikkelingen in Hazelaar ertoe hebben geleid dat de vennootschap op 26 november 2011 en ten tijde van de conclusie van antwoord nog wel, maar nadien niet meer in staat was de koopsom, zelfs niet deels, te restitueren. Nu [geïntimeerde sub 3] dit heeft nagelaten, gaat het hof aan zijn verweer voorbij. Vast staat daarmee dat sprake is van betalingsonwil en van onrechtmatig handelen van [geïntimeerde sub 3] , welk onrechtmatig handelen moet worden toegerekend aan Beheermaatschappij en Holding. De schade door de betalingsonwil dient te worden gesteld op de koopprijs van Parcona, nu het hof niet heeft geconstateerd dat de brief van 26 oktober 2010 ook toezeggingen bevat die in verband kunnen worden gebracht met de kosten. Hiermee slagen de grieven 2 en 4 van Melisa. De grieven 1 en 3 behoeven geen bespreking meer.
Beslissing
- vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam voor zover de rechtbank onder 5.5. het overigens gevorderde heeft afgewezen en onder 5.6. Melisa heeft veroordeeld in de proceskosten van geïntimeerden;
- bekrachtigt dat vonnis voor het overige;
- verklaart voor recht dat [geïntimeerde sub 4] jegens Melisa onrechtmatig heeft gehandeld door tijdens de aankoopkeuring van Parcona aan de dierenarts over de veterinaire historie van het paard onjuiste en/of onvolledige informatie te verstrekken;
- veroordeelt [geïntimeerde sub 4] binnen een termijn van 7 dagen na betekening van dit arrest aan Melisa te voldoen een bedrag van € 36.212,54, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011 tot de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt geïntimeerden hoofdelijk, des dat de één betaald hebbend de anderen zullen zijn bevrijd, binnen een termijn van 7 dagen na betekening van dit arrest aan Melisa te voldoen een bedrag van € 320.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011 tot de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt geïntimeerden hoofdelijk, des dat de één betaald hebbend de anderen zullen zijn bevrijd, in de proceskosten van de eerste aanleg, tot op heden aan de zijde van Melisa begroot op € 3.716,92 aan verschotten en € 5.000,-- aan salaris voor de advocaat, alsmede in de proceskosten in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Melisa begroot op € 5.160,-- aan verschotten en € 4.895,50 aan salaris voor de advocaat en op € 131,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 68,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 68,--, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen;
- verklaart de vorderingen tot betaling van schade en proceskosten uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders gevorderde.