ECLI:NL:HR:2018:2388

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 december 2018
Publicatiedatum
20 december 2018
Zaaknummer
18/00660
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:228 BWArt. 6:162 BWArt. 6:98 BW
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in koopovereenkomst paard wegens dwaling en bestuurdersaansprakelijkheid

In deze zaak stond een koopovereenkomst van een paard centraal, waarbij eisers vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling hadden gevorderd. Tevens speelde de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders van de verkopende vennootschap voor terugbetaling van de koopprijs, mede omdat verhaal op de vennootschap werd gefrustreerd.

De feiten en het geschil zijn uitvoerig behandeld in eerdere instanties, waaronder de rechtbank Rotterdam en het gerechtshof Den Haag. Het hof heeft het geschil inhoudelijk beoordeeld en het beroep van eisers afgewezen. De Hoge Raad verwijst naar deze eerdere uitspraken en bevestigt het arrest van het hof.

Het cassatieberoep van eisers richtte zich tegen deze afwijzing, maar de Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 RO Pro is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad veroordeelt eisers tevens in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een bedrag van € 8.862,34, te vermeerderen met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan.

Het arrest is gewezen door de vicepresident en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Polak op 21 december 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

21 december 2018
Eerste Kamer
18/00660
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1] , voorheen [eiser 1]
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiser 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
3. [eiseres 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed,
t e g e n
MELISA INTERNATIONALES REITZENTRUM GMBH,
gevestigd te Mannheim, Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. P.A. Fruytier en
mr. J.F. de Groot.
Eisers zullen hierna gezamenlijk ook worden aangeduid als [eisers] Verweerster zal hierna ook worden aangeduid als Melisa.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/10/414427/HA ZA 12-1083 van de rechtbank Rotterdam van 2 juli 2014 en 10 juni 2015;
b. het arrest in de zaak 200.176.880/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 november 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Melisa heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Melisa mede door mr. R.R. Oudik.k
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Melisa begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
21 december 2018.