ECLI:NL:GHDHA:2017:3255
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek tot beëindiging gezag moeder over minderjarige in psychiatrische instelling
Het geschil betreft het verzoek van de raad voor de kinderbescherming om het gezag van de moeder over haar minderjarige kind te beëindigen. De minderjarige verblijft sinds 2014 in een jongeren woonvorm van een psychiatrische instelling en is onder toezicht gesteld. De rechtbank Rotterdam wees het verzoek tot gezagsbeëindiging af, waarna de raad in hoger beroep ging.
De raad stelde dat het perspectief van de minderjarige niet meer thuis ligt en dat het belang van duidelijkheid en continuering van de huidige opvoedsituatie zwaarder weegt dan het gezag van de moeder. De moeder betwistte dit en gaf aan dat zij een stabiel leven leidt en betrokken blijft bij de minderjarige. De vader en de gecertificeerde instelling onderschreven deels de zorgen over de situatie van de minderjarige, maar zagen geen noodzaak tot gezagsbeëindiging.
Het hof overwoog dat de rechtbank terecht het verzoek heeft afgewezen, mede omdat de minderjarige niet in een pleeggezin verblijft maar in een instelling en de moeder de plaatsing ondersteunt. Er is geen sprake van een situatie waarin het gezag moet worden beëindigd om het belang van de minderjarige te dienen. De zorgen omtrent de minderjarige blijven groot, maar kunnen binnen de ondertoezichtstelling worden aangepakt. Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder over de minderjarige.